Vijf tips voor het fotograferen van het noorderlicht

Het noorderlicht is een cadeautje van de zon. Onder invloed van zonneactiviteit en het magnetisme van de aarde kleurt de atmosfeer. Het is een fabeltje dat het noorderlicht alleen in de winter aanwezig is. Het noorderlicht is er altijd, maar is het beste te zien als de lucht donker is. De kans om het noorderlicht te zien is het grootst in de periode september tot en met maart.

Noorderlicht bij de gletsjers in IJsland

1. Zoek een mooie plek voor het fotograferen van het noorderlicht

Het noorderlicht is onder andere te zien in IJsland en Scandinavië. De kleuren van het noorderlicht variëren van groen tot roze tot wit. Het noorderlicht kan stil staan, maar soms golft het gekleurde licht in bogen door de lucht. Kies een mooie plek voor het zien en fotograferen van het noorderlicht. De beste plek is buiten de stad met weinig omgevingslicht. Het noorderlicht wordt dan niet overstemd door felle (gele) lichten uit de stad. Meestal verschijnt het noorderlicht aan de noordelijke horizon, ga daarom zo staan dat je zicht hebt op het noorden. Om het perfecte plaatje te maken, kies je voor een mooie voorgrond zoals een waterval in IJsland of een bevroren meer in het noorden van Finland.

 

2. Controleer het weer

Om het noorderlicht te zien, moet de lucht helder zijn. Wanneer het regent of sneeuwt is de kans op noorderlicht minimaal. Download voordat je op reis gaat een noorderlicht app die informatie geeft waar en wanneer je het beste het noorderlicht spot. Vraag ook locals om informatie, zij weten de noorderlicht kansen als geen ander te voorspellen.

Weet je al waar jij het noorderlicht wilt gaan spotten? Bekijk de noorderlicht reizen voor inspiratie!

Het noorderlicht spotten bij IJslandse watervallen

3. Zorg dat je je camera kent

Een digitale spiegelreflexcamera of systeemcamera geeft meestal de mooiste resultaten bij het fotograferen van het noorderlicht. Veel camera’s vinden het lastig om zelf de juiste instellingen te kiezen in een donkere omgeving. De beste foto’s maak je daarom niet op de automatische stand. Help de camera een handje en stel deze handmatig in. Eventueel stel je de camera in met behulp van het licht van een klein hoofdlampje. Met een beetje oefening is het ook mogelijk om de camera zonder externe lichtbron te bedienen. Fijn – dan hoeven je ogen niet iedere keer aan de duisternis te wennen! Handmatig scherpstellen van de foto kan het beste via het display van de camera op een lichtpuntje in de verte, bv. op de maan. De basisinstellingen voor het fotograferen van het noorderlicht zijn een groot diafragma (F/2.8-5.6) en een sluitertijd van 15-30 seconde. De ISO-waarde kan daar op aangepast worden. Varieer met je instellingen voor noorderlichtfotografie. Het noorderlicht danst, het is daarom onmogelijk instellingen te geven die altijd werken.

 

4. Fotografeer van statief zonder flitser

Het heeft geen zin om je flitser te gebruiken bij het fotograferen van het noorderlicht. De directe voorgrond zal dan oplichten door de flitser, de achtergrond en het noorderlicht zal veel te donker zijn. Zet in plaats daarvan je camera op een statief. De camera staat dan stabiel en zo maak je mooie scherptefoto’s met een lange sluitertijd. Het beste resultaat krijg je wanneer je het stabilisatiesysteem (image stabilizer) van de camera uitzet en gebruik maakt van de zelfontspanner of een afstandsbediening.

Net als deze foto in Finland wordt hier geen flitser gebruikt

5. Zorg voor warme kleding

Het kán heel koud zijn als je op zoek gaat naar het noorderlicht. Kou in de winter betekent een hogere kans op heldere luchten en daarmee ook een hogere kans op het noorderlicht. Kleed je dus goed aan wanneer je een noorderlichtexcursie boekt. Soms moet je even wachten tot het noorderlicht zichtbaar wordt. Of duurt het even voordat je de perfecte foto van het noorderlicht te pakken hebt. Kleding in laagjes werk het fijnste. Vergeet ook je handen niet: zorg voor een goed paar handschoenen waarmee je je handen ook nog goed kunt bewegen voor het bedienen van de camera.

En misschien wel het allerbelangrijkste: staar niet alleen naar de camera. Probeer ook te genieten van het noorderlicht!

Comments
One Response to “Vijf tips voor het fotograferen van het noorderlicht”
  1. Sinds 13 jaren verblijf ik van midden december tot begin april en van midden augustus tot einde oktober in Rauhala, in de buurt van het Pallas-Yllästunturi NP, 200 km ten noorden van de poolcirkel.
    Ik heb al duizenden van foto’s van het noorderlicht gemaakt. Hier mijn ervaringen:
    Om goede foto’s van de Aurora borealis (hieronder als AB aangegeven) te kunnen maken moet de fotograaf enige punten in het oog behouden:
    1. AB is er altijd, maar niet altijd op dezelfde hoogte- en breedtegraad.
    2. De helderheid van AB is ingedeeld in een index-scala van kp 1 to kp 10. Kp > 5 komt heel zelden voor en is dan in Midden-Europa te zien. Zie ook https://zwederlander.nl/2016/03/11/kp-index-noorderlicht/
    3. De hemel moet natuurlijk onbewolkt zijn.
    4. Afhankelijk van de sterkte is het in de schemering of bij maanlicht al goed te zien.
    5. De sensor van de camera ziet het al, voordat het met blote oog zichtbaar is.
    6. Over de kleuren en beweging is al genoeg geschreven.
    Het voordeel van de Arctis is, dat het eenvoudig is een plaats zonder lichtvervuiling te vinden.
    Het komt ook vaak voor, dat op een internet site de sterkte kp 4 of 5 voor een bepaalt gebied aangegeven wordt en toch is dit geen garantie dat het dan ook verschijnt. In de winter 2018 heb ik, ondanks goede prognoses en goede omstandigheden, geen noorderlicht gezien. Ook kan het zijn, dat de kp 2 aangegeven wordt en de AB enorm sterk is, zo op zondagavond, 7 oktober 2018. Het was gewoon een vuurwerk deze avond/nacht. Ik had mijn camera met een 24-70mm objectief en diafragma f/2.8 op een statief opgesteld en tijdens 2 uren ca. 200 foto’s gemaakt.
    Mijn instellingen waren:
    Sluitertijd: tussen 0.5 en 2 seconden, mijn sluitertijden zijn nooit langer dan 10 seconden, meestal 2 seconden.
    Diafragma: F/2.8
    ISI: 1600
    De automatiek moet natuurlijk uitgeschakeld zijn. Het is erg belangrijk dat het brandpunt op oneindelijk staat. Het beste is deze instelling over dag in te stellen en die instelling met een smal rubberbandje (0.5 cm) fixeren.

Leave A Comment