Een ode aan het Royal Djurgården

MariaAls product manager voor Zweden kom ik vaak in Stockholm. Minstens één keer per jaar. En dat is geen straf. Het is één van de meest leefbare steden ter wereld, die je kunt plaatsen in lijn met Sydney en Wenen. Dat is niet voor niets. Stockholm heeft naast prachtige moderne en klassieke architectuur, brede ‘vägan’ en statige ‘gatans’ met relatief weinig verkeer. Maar dat er zoveel parken binnen handbereik zijn, dat is nog het meest aantrekkelijke voor de leefbaarheid van Stockholm. Tuurlijk vind ik de winkels prachtig en zijn er musea te over, maar telkens weer, ga ik toch nog even naar het Royal Djurgården.

2

 

Dat is dan niet voor het ABBA of Spirit museum, het Skansen openluchtmuseum of het schip Vasa; dat is leuk voor wanneer het regent. Ik ga naar Djurgården om te fietsen. Om vijf uur ’s middags vertrekken de meeste museumgasten en wordt het rustig op dit Koninklijke eiland. Ik fiets door het Blauwe Hek waar het direct aangenaam rustig is. Langs het water zie je een paar wandelaars en een handjevol joggers. De zon schijnt op de statige villa’s en even bevind ik mij in de Middeleeuwen. Sinds 1680 is het park Koninklijk bezit en het was een tijd lang Koninklijk jachtgebied. Via de noordkant fiets ik het park in en kom al snel bij Rosendal Palace. Daar tegenover is één van mijn favoriete plekken, Rosendals Trädgard en Wärdshus, met kruidentuinen, kassen en een knus theehuis. Hier neem ik mijn fika; koffie met een heerlijke kaneelbol.Watch Full Movie Online Streaming Online and Download

 

 

3

Ik vervolg mijn weg verder over het grindpad dat dicht langs het water loopt. Het heuvelachtige pad gaat langs enorm grote eikenbomen, waarvan de lichtgroene jonge blaadjes net openspringen. Aan de overkant van het kanaal is een fitte, blonde Zweed met fluorkleurige gympen, rek- en strekoefeningen aan het doen. Ik kom uit op een open veldje met picknickbanken. Een paar spelende kinderen met twee vaders die een BBQ voorbereiden. De moeders kletsen honderduit aan de waterkant. Als ik het meest oostelijke puntje heb bereikt en de kleine jachthaven en het koffiehuisje voorbij ben, zie ik plotseling een enorm cruiseschip voorbij glijden. Dat is even schrikken na al de rust en natuurschoon. Maar ik moet toegeven, ook erg indrukwekkend. Toch is mijn middeleeuwse gevoel in één klap weg. Om weer terug te komen in deze oudheid blijf ik rechts kijken naar de Villa Kakelbont-achtige huizen, de oude molen en de ganzen tot de doos met toeristen Stockholm heeft verlaten. De rode tulpen in de prachtig aangelegde tuin van Prins Eugens Waldermarsudde lachen mij toe. En ik blijf me keer op keer verbazen dat ik midden in een stad ben en zoveel rust en schoonheid kan innemen. Na de eik op de heuvel ben ik weer terug in de bewoonde wereld van pretpark, openluchtmuseum, tram en bussen. Maar gelukkig is het na zessen en zijn de laatste toeristen verdwenen.

5789

 

 

 

 

 

In het Djurgården informatiecentrum vergaar ik nog wat fiets en wandelroutes, want de volgende keer zal ik toch eens een ander rondje moeten fietsen. Ladugardsgärdet en Norra Djurgården, de noordkant van Royal Djurgården heb ik nog steeds niet gefietst. Het zuiden blijft keer op keer verrassend aantrekkelijk. Komt dat nu door de prachtige villa’s, het strak gemaaide gras, de heerlijke fietsroute langs het water of het contact met het moderne stadse. Vertel jij het me maar….? Ik blijf hier terugkomen.

1211

Leave A Comment