Vijf tips voor het fotograferen van het noorderlicht

Geplaatst door Jenny Smit op woensdag 18 maart 2020
1. Zoek een mooie plek voor het fotograferen van het noorderlicht

Het noorderlicht is onder andere te zien in IJsland en Scandinavië. De kleuren van het noorderlicht variëren van groen tot roze tot wit. Het noorderlicht kan stil staan, maar soms golft het gekleurde licht in bogen door de lucht. Kies een mooie plek voor het zien en fotograferen van het noorderlicht. De beste plek is buiten de stad met weinig omgevingslicht. Het noorderlicht wordt dan niet overstemd door felle (gele) lichten uit de stad. Meestal verschijnt het noorderlicht aan de noordelijke horizon, ga daarom zo staan dat je zicht hebt op het noorden. Om het perfecte plaatje te maken, kies je voor een mooie voorgrond zoals een waterval in IJsland of een bevroren meer in het noorden van Finland.

2. Controleer het weer
Om het noorderlicht te zien, moet de lucht helder zijn. Wanneer het regent of sneeuwt is de kans op noorderlicht minimaal. Download voordat je op reis gaat een noorderlicht app die informatie geeft waar en wanneer je het beste het noorderlicht spot. Vraag ook locals om informatie, zij weten de noorderlicht kansen als geen ander te voorspellen.

Weet je al waar jij het noorderlicht wilt gaan spotten? Bekijk de noorderlicht reizen voor inspiratie!

3. Zorg dat je je camera kent

Een digitale spiegelreflexcamera of systeemcamera geeft meestal de mooiste resultaten bij het fotograferen van het noorderlicht. Veel camera’s vinden het lastig om zelf de juiste instellingen te kiezen in een donkere omgeving. De beste foto’s maak je daarom niet op de automatische stand. Help de camera een handje en stel deze handmatig in. Eventueel stel je de camera in met behulp van het licht van een klein hoofdlampje. Met een beetje oefening is het ook mogelijk om de camera zonder externe lichtbron te bedienen. Fijn – dan hoeven je ogen niet iedere keer aan de duisternis te wennen! Handmatig scherpstellen van de foto kan het beste via het display van de camera op een lichtpuntje in de verte, bv. op de maan. De basisinstellingen voor het fotograferen van het noorderlicht zijn een groot diafragma (F/2.8-5.6) en een sluitertijd van 15-30 seconde. De ISO-waarde kan daar op aangepast worden. Varieer met je instellingen voor noorderlichtfotografie. Het noorderlicht danst, het is daarom onmogelijk instellingen te geven die altijd werken. 

4. Fotografeer van statief zonder flitser
Het heeft geen zin om je flitser te gebruiken bij het fotograferen van het noorderlicht. De directe voorgrond zal dan oplichten door de flitser, de achtergrond en het noorderlicht zal veel te donker zijn. Zet in plaats daarvan je camera op een statief. De camera staat dan stabiel en zo maak je mooie scherptefoto’s met een lange sluitertijd. Het beste resultaat krijg je wanneer je het stabilisatiesysteem (image stabilizer) van de camera uitzet en gebruik maakt van de zelfontspanner of een afstandsbediening.

5. Zorg voor warme kleding

Het kán heel koud zijn als je op zoek gaat naar het noorderlicht. Kou in de winter betekent een hogere kans op heldere luchten en daarmee ook een hogere kans op het noorderlicht. Kleed je dus goed aan wanneer je een noorderlichtexcursie boekt. Soms moet je even wachten tot het noorderlicht zichtbaar wordt. Of duurt het even voordat je de perfecte foto van het noorderlicht te pakken hebt. Kleding in laagjes werk het fijnste. Vergeet ook je handen niet: zorg voor een goed paar handschoenen waarmee je je handen ook nog goed kunt bewegen voor het bedienen van de camera.

En misschien wel het allerbelangrijkste: staar niet alleen naar de camera. Probeer ook te genieten van het noorderlicht!

Boek je vakantie bij Buro Scanbrit