Reisverhaal: Hotelreis Britt

Uitzicht over het Aurlandsfjord resize

Uitzicht over het Aurlandsfjord

Inmiddels wordt het de 9e keer dat we Noorwegen bezoeken. Na 3 jaar zelf een reis te hebben samengesteld, hebben we dit jaar gekozen voor een standaardreis uit het aanbod van Buro Scandinavia, namelijk de hotelrondreis Britt.

Dag 1
De eerste dag is steevast de route naar Kiel. We hadden eigenlijk met Colorline willen reizen,maar helaas was die boot op het moment van boeken al vol. Daarom dus maar terugvallen op de Stena-line voor het traject Kiel-Göteborg. Voordeel daarvan is dat je niet zo vroeg thuis weg hoeft te rijden, want de boot vertrekt pas ‘s avonds.

Voordeel deze keer ook dat er niet meer gewacht werd met inschepen tot 18.00 uur, zoals andere jaren. We konden meteen aan boord. Omdat we toch nog enkele uren tijd hadden, nog eerst maar even het centrum van Kiel ingegaan.

‘s Avonds het bijna onvermijdelijke buffet. In de afgelopen jaren is de logistiek daarvan wel verbeterd, maar het blijft toch altijd weer een gekrioel als tientallen mensen van twee kanten langs het buffet lopen.

Tip: neem de tweede ronde, dan heb je het begin van de avond, bij mooi weer, nog om aan het dek te zitten.

[slickr-flickr tag=”Hotelreis Britt” type=”gallery”]

Dag 2
Aankomst in Göteborg, na een goed ontbijt. Dit is de eerste dag van de rondreis volgens de beschrijving. Vanuit de terminal wordt je voor de richting Oslo rechtsaf geleid, over de hoge brug waar je bij aankomst onderdoor bent gevaren. Wij kiezen de laatste jaren steevast de richting Stockholm. Rijdt wat plezieriger.

Dit jaar konden we voor het eerst gebruik maken van de tunnel onder het centrum van Göteborg door, waardoor het allemaal nog sneller gaat. Je komt vrij snel na de tunnel al op de snelweg naar Oslo. Dat is in de loop van de jaren een goede weg geworden. Tot na Uddevalla een snelweg, dus dat is goed opschieten. Daarna vooral tweebaansweg, met hier en daar een dorpje of de wegwerkzaamheden voor nieuwe snelweggedeelten in het traject.

Bij de Zweeds-Noorse grens voor de eerste keer de nieuwe Svinesundbrug (Tol) gebruikt. Toch wel vreemd als je al die jaren over de oude brug bent gegaan, met zijn rammels en zijn 30 km zone.

Het vervolgtraject naar Oslo is goed te rijden, alhoewel ook hier hard wordt gewerkt aan het verdubbelen van de weg.

Voor de route van de rondreis was het de bedoeling om snel in Oslo te zijn. Helaas waren we iets te enthousiast toen we het bord richting Drammen zagen. Een afslag te vroeg betekende een forse omweg via Drammen. Let dus op dat je niet de eerste afslag Drammen volgt, maar zoals in de routebeschrijving staat, Drammen/Sentrum Oslo.

Daardoor waren we ook laat bij het hotel Soria Moria, hoog boven Oslo en toch nog wel een flink stukje verwijderd van de Holmenkollen en het centrum.

Tip: als je toch iets van Oslo wilt zien, probeer dan Colorline, want dan kom je s’ochtends aan, of boek een extra nacht bij aan het eind van de reis. In Oslo is zeker het Vigeland Park een aanrader.

Voor het eten nog een wandeling gemaakt in de omgeving van het hotel. Een paadje tussendoor maakte de weg naar Holmenkollen zeker een kilometer korter. Vanuit de springtoren heb je een geweldig uitzicht over Oslo en het Oslofjord.

De springtoren wordt in de zomer voor andere activiteiten gebruikt, zoals abseilen. Je wordt in een tuigje buitenboord gehesen om je dan vervolgens naar beneden te kunnen laten zakken.

Na het dinerbuffet in het hotel nog een wandeling gemaakt naar het stationnetje van de metro/sneltram. Toch nog wel een kwartiertje lopen. Echter geen straf want het is een mooie bosrijke omgeving.

Dag 3
Zoals gezegd is het al de 9e keer dat we in Noorwegen zijn. De E6 langs Hamar hadden we dus al wel gezien.

Daarom een alternatieve route gekozen langs Honefoss via de E16. Via het centrum van Honefoss het bord Jevnaker volgen over weg 35. Vervolgens zijn we vlak bij Randsfjord afgeslagen naar weg 245, richting Dokka. Een erg mooie weg langs het gelijknamige Randsfjord. Bij Dokka kun je dan weer de weg 250 volgen richting Lillehammer.

Lillehammer is een leuk stadje. Jammer alleen dat het nog altijd leunt op de herinnering van de Olympische Winterspelen van 1994.

Vanuit Lillehammer gaat de reis richting Vinstra. Als je de Peer Gyntweg wilt nemen, ga je bij Tretten van de E6 af, over een smalle brug ( Opletten, er kan maar één auto tegelijk over die brug. De brug is net breed genoeg. Wie het eerst komt, het eerst de brug over).

Wij zijn gewoon verder gereden tot aan Harpefoss. Wat ons daar meteen opviel was de rust waarmee het water door de kloof, net voorbij het stationnetje, stroomde. (Vorige keren was het een kolkende watermassa, nu wel een sterke stroming maar allesbehalve kolkend.)

Na Harpefoss gaat het steil omhoog ( 11%) richting Gala. Niet meer dan een handelspost met een aantal hotels en enkele hytte-parken. Bij Gala komt de Peer Gynt weg uit.

Dag 4
Helaas, dat kan gebeuren. Een verregende dag. Toch nog maar een paar keer de schoenen aangetrokken voor een korte wandeling en voor een bezoek aan Vinstra, de dichtstbij gelegen plaats. Daar kregen we vervolgens nog een enorme hoosbui over ons heen. Gelukkig was er nog een winkelcentrumpje waar we maar geschuild hebben.

Dag 5
Op weg naar Oppdal hebben we weg 27 gekozen via de Venabygdshöyde. Een mooie weg over de hoogvlakte en langs de toppen van de Rondane.

Als alternatief hebben we er voor gekozen om niet tot Foldal door te rijden, maar bij Enden al rechtsaf te gaan, langs de rivier de Atna. Om vervolgens om te rijden via Alvdal en Tynset. Daardoor kwamen we iets boven Oppdal uit, dus nog een stukje terug over de E6 (Achteraf geen goede keuze. De route via Foldal naar de E6 en dan naar Oppdal is wat mij betreft vele malen mooier, dan de route die we nu hebben gereden).

In Oppdal staat het hotel goed aangegeven. Het is trouwens gelegen naast het station van Oppdal, dus het kan bijna niet missen.

Voor de verandering hadden we deze keer een beneden-appartement, met hemelbed. De auto kon voor de deur worden geparkeerd. En je kon met een speciale sleutel ook van buiten direct de kamer in, in plaats van via de receptie bij de hoofdingang.

Oppdal stelt als plaatsje niet zo veel voor. Het is alleen belangrijk omdat het op de kruising van 2 wegen ligt en zich heeft ontwikkeld tot wintersportcentrum.

Dag 6
Vandaag deelgenomen aan de muskus-os-safari. Je wordt opgehaald door de gids en in colonne wordt koers gezet naar het startpunt, het stationnetje van Kongsvoll. Een stationnetje in de middle of nowhere. Hier de wandelschoenen aangetrokken en op pad.

Tip: Neem wel wat te drinken mee en wat te eten, want het is alles bij elkaar toch een tocht van zo’n 5 uur of langer. Ook een verrekijker, bergstokken en natuurlijk je foto- of filmcamera zijn deze dag belangrijke attributen

Vanaf het stationnetje gaat het over een voetbrug naar de andere kant van de spoorlijn. In het begin een behoorlijk steil stuk, waar de berg- of de nordic walking stokken goed van pas komen. Tijdens de wandeling wordt door de gids regelmatig iets verteld over de dieren waar we naar op zoek zijn en hun leefgebied.

Na ongeveer een uur klimmen wordt een wat vlakker terrein bereikt. Al redelijk snel wordt gemeld dat er muskusossen gezien zijn. Het moeten de ogen van een sperwer zijn geweest, want ik had ze nog niet gezien. Uiteindelijk wordt ook voor mij duidelijk dat er inderdaad muskusossen te zien zijn.

De muskusos is overigens familie van het schaap, maar dan wel een behoorlijk zwaar familielid. Een volwassen mannetje kan zo’n 600 kg wegen. Ondanks dat zijn ze razendsnel. En ook wel een beetje dom. Want in het voorjaar zijn er elk jaar weer muskusossen die sneuvelen in de strijd tegen de trein. Daar is zelfs hun 20 cm dikke schedel niet tegen opgewassen.

Na ongeveer twee uur zijn we zo dichtbij, dat het belangrijk wordt om de dieren niet te storen. Via een omtrekkende beweging zijn we tenslotte in staat om foto’s te maken.

Na een lichte lunch (van jezelf) met echte kampeerderskoffie ( helaas voor de theedrinkers geen thee), lopen we terug. Al pratend met twee Nederlandse tieners gaat zelfs de ervaren gids bijna in de fout. We lopen recht op de groep dieren af. Gelukkig heeft hij het nog op tijd in de gaten en kunnen we nog wat omlopen.

Terug via een ander pad naar Kongsvoll, waar we langs de E6 kennis maken met de hobby van de Noorse politie, de snelheidscontrole. Wij zijn nog te voet, dus daar hebben we geen last van gehad.

Na afscheid genomen te hebben van de gids, op eigen gelegenheid terug naar Oppdal.

S’avonds smaakt het diner extra goed, na zo’n dag in de buitenlucht.

Dag 7
Vandaag de alternatieve route uit de reisbeschrijving gevolgd. Een mooie route langs pittoreske dorpjes en langs meren en mooie landschappen. Dat bevalt veel beter dan de E6 volgen naar Trondheim. Al de keren dat we die route hebben gereden vond ik het maar een saaie weg. Zeker nu er allerlei by-passes zijn gemaakt rondom de diverse dorpen.

Overigens valt het “onverharde” uit de reisbeschrijving wel mee. We hebben wel slechtere wegen gehad.

In de buurt van Orkanger kom je uit op de E39. Die is daar ook aanmerkelijk gewijzigd sinds we er de laatste keer zijn geweest. Nu een (bijna) snelweg met diverse tunnels. Houdt wel rekening met de 2 keer 15 kronen tol.

Tot onze verrassing waren de tolpleinen als je Trondheim inrijdt, gesloopt.

Het hotel ligt in het centrum, vlak bij het Torget winkelcentrum. We waren er al eens eerder geweest, dus het zoeken viel wel mee.

Na het inchecken en de auto in de parkeergarage gezet te hebben, een rondje Trondheim gemaakt. Het blijft een stad met imponerende gebouwen. Voor ons gevoel echter geen gezellige stad, zoals bv Bergen. De bezienswaardigheden liggen allemaal op loopafstand van elkaar.

Tip: Zeker de moeite waard is het gerestaureerde gebied van Solsiden. Leuke historische omgeving met een winkelcentrum en veel terrasjes. Je vindt het in de buurt van het station van Trondheim.

Dag 8
Een wat moeizame start van de dag met wat miezerregen.

De avond tevoren hadden we ons al afgevraagd wat toch dat grote gebouw aan de overzijde van de Nidelva zou zijn dat aan die kant boven Trondheim uittorent. Ondanks de regen zijn we er naar toe gelopen. Het bleek het gebouw van de faculteit natuurwetenschappen te zijn. Het ziet er uit als een oud klooster en ligt in een mooi park.

Van daaruit doorgelopen naar de vesting, het verdedigingswerk van de haven van Trondheim. Ook hier een fraai uizicht over de stad en het fjord. Vlak uit de kust zie je het voormalige gevangeniseiland Munkholmen. Je kunt er naar toe vanuit de stad met een bootje. Maar het ziet er zo klein uit dat we dat niet hebben gedaan.

Vanaf de vesting ben je zo weer in het centrum. Je komt uit bij de wereldberoemde fietslift. Volgens mij wordt die met name gebruikt door de VVV, want ik heb op beide dagen alleen maar een student omhoog zien gaan. Die lift is ook wel nodig, want het is een helling waar de Muur van Geraardsbergen nog een flauw heuveltje bij is. Maar leuk om gezien te hebben.

Als je hier overigens naar beneden loopt, kom je uit bij de Rode Brug.

Wij zijn bovenlangs gelopen, door het zogeheten Bakklandet. Mooie oude houten huizen, met hier en daar een eethuisje of cafeetje.

Dag 9
Vandaag een pittige route (qua afstand) richting Alesund. Je komt opnieuw langs Orkanger en dus, je raadt het al, opnieuw 2 keer tol betalen. De E39 is over het algemeen een goed bereidbare weg. Op sommige punten is hij echter niet breder(of beter gezegd nog smaller) dan een B-weg in Nederland. Met aan de ene kant rots en de andere kant de steile afgrond naar het fjord. Weliswaar niet zo hoog, maar toch. (We praten hier wel over een hoofdverbinding tussen Trondheim en Bergen. En wij maar klagen in Nederland over slechte wegen.)

We hebben er voor gekozen om dit keer via Kristiansund te rijden. Denk niet dat je meteen na de tunnel al in Kristiansund ben. Dat duurt nog wel een poosje. Overigens kun je je in de aanloop naar Kristiansund op sommige plekken wel vergapen aan een aantal schitterende huizen langs de route.

Inderdaad bereik je de binnenstad over een aantal bruggen die hoog boven het fjord uitkomen. We hadden eigenlijk hier even willen stoppen om wat te drinken, maar voor we het wisten, waren we al bij de veerhaven. Aangezien de pont er nog lag, zijn we dus maar meteen aan boord gegaan. Op weg naar de Atlanterhavsveien. Een panoramische route over diverse kleine eilandjes, die met elkaar worden verbonden door een hele serie bruggen.

Aan het begin van deze weg kun je nog een tochtje maken met een wel heel nep-Viking boot.

Als je de heuveltjes bij de parkeerplaats opklimt, zie je diverse bruggen liggen. Heel indrukwekkend, zeker als je je realiseert dat dit eigenlijk bouwwerken zijn in de oceaan.

Bij de hoogste en langste brug staat nog een waarschuwingsbord voor vissende mensen. Zeker niet overbodig want er staan er tientallen. Vast een goed stekje.

Aan het einde van de Atlanterhavsveien sla je af naar Molde voor het veer naar Furneset. Even voor Molde kun je kiezen om rechtdoor te rijden via een toltunnel of linksaf via de oude route te rijden. Die oude route is zeker de moeite waard.

Ook bij Molde hebben we geluk. We kunnen nog net mee met de voor vertrek klaarliggende pont. Vanaf Furneset zijn we rechtstreeks richting Alesund gereden. Toch ook nog altijd zo’n 80 kilometer. Ofwel in Noorse tijden zo’n anderhalf uur rijden.

Tip: Als je er voor hebt gekozen om via Kristiansund te rijden, ga dan vandaag niet via de Trollstigen. Dat is bij elkaar veel te ver. Wij kwamen pas rond 16.00 uur van de pont af.

Je moet al gauw rekenen op twee tot drie uur extra. Je kunt deze route veel beter combineren met de volgende dag. Moet je wel weer het hele eind terug over de E139, maar dan heb je ook voldoende tijd. En je hebt meteen een paar toppers achter elkaar, namelijk de Trollstigen en de Ornevegen bij Geiranger en na Geiranger ook nog de Dalsnibba, met een fenomenaal uitzicht over Geiranger en het fjord Ook hier wel tol om naar boven te mogen, maar de weg wordt dan ook door vrijwilligers onderhouden.

In Alesund hadden we het geluk dat we de auto pal voor de deur van het hotel kwijt konden en ook nog eens gratis omdat het weekend was.

Na het inchecken een rondje Alesund. Een stad die in het teken staat van de Jugendstil. Je moet er van houden, maar het heeft ook wel wat. Als je vindt dat je te weinig energie hebt gebruikt, kun je naar het punt “Utsikten”. Daarvoor “moet” je wel zo’n 450 treden omhoog klimmen. Wij vonden het wel genoeg voor vandaag. Er was een soort HISWA aan de gang, dus er was in de haven genoeg te zien.

Dag 10
Vanuit Alesund naar Loen is een route die prima te doen is, zelfs als je vandaag de Trollstigen meepakt. Wij hebben er voor gekozen om de E39 verder te volgen. In tegenstelling tot in de reisbeschrijving hebben we bij Orsta niet de pont genomen, maar zijn verder gereden over de weg 651. Op een gegeven moment heb ik wel een getwijfeld of we wel de goede kant opgingen, maar dat was gelukkig zo. Opnieuw een schitterende weg, hoog langs het fjord. Wel opletten, want ook hier is de weg af en toe erg smal. Aan het einde van weg 651 kom je weer uit op de E39. Die volg je in de richting van Bergen, totdat je linksaf kunt, weg 15 richting Stryn op.

Bestemming is Loen, een klein plaatsje in de verste hoek van het Nordfjord. Het hotel ligt aan het fjord, pal naast de plek waar het riviertje in het fjord stroomt.

Dag 11
Ook deze dag begon met regen. Een paar jaar geleden zijn we naar de Kjenndalsbreen geweest, één van de takken van de omvangrijke Jostedalsbreen. Daar wilden we dit jaar ook naar toe. Het is een gletsjer waar je goed dichtbij kunt komen en niet zo toeristisch als de Briksdalsbreen of Nigardsbreen. Je komt er via een lange, smalle weg langs de rivier en het Lovatnet. Helaas waren ze aan het begin vergeten om te vermelden dat de weg afgesloten was, dus onverrichter zake terug.

We zijn vervolgens maar naar Stryn gegaan. Konden we meteen nog een nieuwe kaart halen voor de fotocamera, want die bleek ineens vol te zijn.

Dag 12
Het klinkt misschien eigenwijs, maar de route richting Sogndal en verder naar Ardalstangen hebben we ook al enkele keren gereden. Daarom deze keer op herhaling via weg 15 naar de oude Strynfjellsveg (258) gereden. Dit is een steile weg naar de Strynfjell, waar vorige keer nog volop werd geskied. Het is een in Noorwegen beroemd Zomerskigebied. Niet dat we wilden skiën, maar het heeft toch wel wat als je midden in de zomer mensen ziet skiën.

Helaas is ook hier de opwarming waarschijnlijk toegeslagen. Meer dan een paar plakken sneeuw lag er niet. Desondanks blijft het een mooie route om te rijden.

Aan het einde van weg 258 kom je weer uit op de weg 15 en kun je naar Lom rijden. Een plaatsje dat volop profiteert van het feit dat het ligt op een splitsing van populaire wegen. De weg er naar toe is prima te rijden. Voor Noorse begrippen zelfs een erg brede weg.

In Lom zijn we weg 55 opgegaan, de Sognefjellsveien. Na een aanloop van enkele tientallen kilometers stijgt de weg naar ruim 1400 meter, via een leuke route om je stuurmanskunst te oefenen. In ieder geval geen weg om haast te hebben. We troffen het ook nog dat we achter een oude camper terecht kwamen, die bij elke keer dat er gas gegeven moest worden een enorme roetwolk uitstootte. Ook hier lag rondom het hoogste punt vorige keer nog veel sneeuw. Helaas hetzelfde beeld als bij de Strynfjell. Desondanks is deze weg zeker een aanrader.

In de voorbereiding hadden we gezien dat er vlak voorbij het hoogste punt een afslag zit bij Tunagro, richting Ovre Ardal. Dat leek ons wel een aardig alternatief voor de verdere route via Sogndal en Kaupanger. En het moet gezegd, het was fantastisch.

Ook hier halverwege een, zowaar nog bemand, tolhuis. Maar dat hadden we er vandaag echt voor over. Ik mag wel zeggen een ontdekking van de eerste orde, met hier als hoogste punt ongeveer 1300 meter.

Als afsluiting nog een afdaling over een smal weggetje met veel haarspeldbochten naar Ovre Ardal en vandaar naar Ardalstangen. Het hotel ligt hier aan het verste punt van het Sognefjord.

Jammer in Ardalstangen is dat er een aluminiumfabriek zit die volgens mij niet geheel aan de Europese normen van uitstootemissies voldoet.

Tip: Als je toch de route uit de reiswijzer volgt is een bezoek aan het gletsjermuseum in Fjaerland (vlak voor de toltunnel) zeker de moeite waard. Het centrum op zich stelt niet zoveel voor, maar de film die ze er laten zien is de moeite waard.

Dag 13
Ardalstangen is op zich een heel klein industrieplaatsje aan het uiterste puntje van het Sognefjord. Verder valt daar niet zoveel te beleven.

Vandaag daarom richting Laerdal gereden om daar het nationale Zalmcentrum te bezoeken. De naam van het instituut is bijna groter dan het centrum zelf. Met een uurtje ben je er wel doorheen. Wel aardig is dat ze een zalmtrap hebben gebouwd, waardoor je ook inderdaad zalmen kunt zien. Overigens nooit geweten dat die vissen zo hoog kunnen springen, tot wel 5 meter! Moet ook eigenlijk wel als je tegen stroomversnellingen en watervallen omhoog moet.

(Dit is het derde natuurmuseum/centrum dat we in de afgelopen jaren hebben bezocht. In alle drie een film gewijd aan het speerpunt van het museum. Voor ons steekt de film over de gletschers in Fjaerland er echter met kop en schouders boven uit. De andere twee zijn er maar zwakke aftreksels van)

Het was een warme dag, dus ook maar even rustig aan gedaan deze dag. Een wandeling langs het meer over een licht glooiende weg hebben we maar tot het einde van de middag bewaard. Tot die tijd echt vakantie met een boek in de tuin van het hotel.

Dag 14
Vandaag staat de reis naar Bergen op het programma. In de reiswijzer wordt je door het kunstwerk van Noorwegen geleid, de 26 km lange tunnel tussen Laerdal en Aurland. Voor je bij die afslag bent heb je al zo’n 15 kilometer tunnel achter de rug. Dus besloten we om de oude Aurlandsvegen te rijden. Wel iets meer in kilometers, maar volgens mij veel mooier dan 26 kilometer onder de grond. De weg is niet zo breed, maar je komt wel door een prachtig gebied met stroomversnellingen, watervallen en over een mooie hoogvlakte.

Vlak voor Aurland is sinds kort een uitzichtspunt gebouwd, een paar honderd meter boven het fjord. Een geweldig uitzicht over het Aurlandsfjord is de beloning van deze weg. Als of het zo moest zijn kwam er net nog een cruiseschip aanvaren richting Flam. Een plek die zeker zo mooi is als het beroemde punt op de Ornewegen bij Geiranger. Zo niet mooier.

Na dit fraaie uitzicht via een smalle weg met veel haarspeldbochten naar Aurland en vandaar langs Flam naar Gudvangen. Hier ontkom je niet aan de tunnel, deze keer zo’n 11 kilometer.

Het stuk tussen Gudvangen en Voss is ook een geweldig mooi gebied. Je hoeft tegenwoordig niet meer over de Stalheimskliva, een bergweg met een stijgingspercentage tot 18%, dus dat scheelt de nodige tijd.

Op weg naar Bergen kom je ook weer de nodige tunnels tegen, maar die stellen niet zoveel meer voor als je die lange tunnels al achter de rug hebt.

Voor ons hotel (Thon) was het handig geweest als we bij de aanduiding “internationale havens “ rechtsaf waren gegaan. Dan waren we er sneller geweest, want het hotel zit naast de ingang van de Haakonshallen, een verdedigingswerk bij de haven.

Parkeren op straat in Bergen, zeker in het centrum, is vrij duur. Wij hebben er voor gekozen om de auto te parkeren bij de grote parkeergarage bij het treinstation, even buiten het centrum. Dat viel niet mee want er was een flinke omleiding in de stad. Maar uiteindelijk zijn we er wel gekomen

Er rijdt een gratis pendelbus richting Centrum.

Vanaf de bushalte moet je nog wel even een stukje lopen, via Bryggen, naar het hotel. Maar we treffen het weer. Het is zonnig in Bergen, dus het is geen straf. (Ook vanaf het station is het overigens goed te lopen.)

Bergen en zon maakt dat er een heel levendige sfeer in de stad is met de nodige straatartiesten en veel mensen in een zonnig humeur.

De vismarkt is in de loop der jaren zo’n toeristische attractie geworden, dat het eigenlijk ook niet meer leuk is. Je wordt er standaard in het Italiaans aangesproken vanuit de kramen. De prijzen in het Chinees of Japans verraden dat ook die groepen hier vaak langs komen.

En de prijzen zijn er ook naar. Niet voor niets maakt een supermarkt aan het einde van Bryggen reclame met garnalen die 30% goedkoper zijn dan op de vismarkt.

Wandelen door de stad of langs de haven is op zich al genoeg voor een goed vakantiegevoel.

Tip: Bryggen is het kleine stuk aan de haven, dat wereldberoemd is. Ga ook eens in de straatjes achter Bryggen kijken. Dat is ook best de moeite waard.

Dag 15
Vandaag een hele dag in Bergen. We zijn begonnen met een tochtje over de haven in de haventaxi. Die was vroeger gratis, maar… dat was vroeger. Eigenlijk verwacht dat we dichter bij het Aquarium uit zouden komen, maar dat viel nogal tegen. Je bent nog zeker een kwartier onderweg als je afgezet wordt. Op zich is het aquarium ook niet zo spectaculair en zeker niet te vergelijken met de aquaria in Nederland of het Dolfinarium.

Op de terugweg gewoon wandelend langs de haven gelopen. Op sommige plekken hebben ze geprobeerd het idee van Bryggen ook aan de overzijde van de haven te imiteren. Redelijk nieuwe bedrijfsgebouwtjes in hout, vlak bij elkaar. Toch ook wel weer leuk om te zien.

In de middag de Floibanen genomen naar het uitzichtpunt op de berg Floyen. Nieuwe, met panoramadaken uitgevoerde wagons hebben inmiddels de plaats ingenomen van de oude treintjes. Altijd weer leuk om de stad van bovenaf te bekijken.

Tip voor als het helder weer is: Je kunt ook met een bus vanuit het centrum naar het andere uitzichtpunt van Bergen op de berg Ulriken. Persoonlijk vind ik dat mooier dan Floyen. Ook al omdat je op een nog hoger punt staat. Omhoog ga je met een gondelbaan.

Dag 16
Een lange dag voor een relatief korte afstand naar Stavanger. Je hebt hier te maken met twee veerverbindingen, die samen al bijna twee uur duren. Vooral bij de laatste moet je rekening houden met oponthoud. We zijn er nu 2 keer geweest en beide keren moesten we een flinke tijd wachten.

Maar het zonnetje maakt een hoop goed.

De route is ook niet zo imponerend als de route naar Bergen toe die we twee dagen hiervoor hebben gereden. Spectaculair zijn wel de twee tunnels die je onderweg tegenkomt. De diepste zo’n 260! meter onder de zeespiegel.

Bij aankomst in Stavanger was het wel even zoeken naar het hotel, maar we zijn er gekomen.

Stavanger is net als Bergen een havenstad, maar wat een verschil in sfeer. Stavanger is erg zakelijk. In ieder geval duidelijk niet onze stad. En de prijzen voor een avondmaaltijd zijn zelfs naar Noorse maatstaven behoorlijk stevig. En dat kon niet gezegd worden van hetgeen we te eten kregen.

Zoals in de meeste steden is het meeste geconcentreerd op een klein gebied. Prima te wandelen. Naast het Olie-museum ook een ruim plein aan de jachthaven. Kun je nog wegdromen bij de soms imposante (zeil-)jachten.

Apart op die plek wel dat er een graffiti-wall was opgesteld. Een aantal panelen die gebruikt kunnen worden door graffiti-artiesten.

Dag 17
Opnieuw een mooie dag met een pittig schijnend zonnetje. Zo langzamerhand begint bij ons het verzadigingspunt bereikt te worden. Na een ochtendwandeling door de oude wijk van Stavanger hebben we het verder rustig aan gedaan. Lekker in het park op een bank met een goed boek.

Achteraf hadden we de tocht naar de Prekestolen best kunnen doen. Maar de horde Amerikaanse toeristen die aan boord ging heeft ons tegengehouden. Iets voor een volgende keer misschien, alhoewel Stavanger ons niet direct aantrekt.

Dag 18
Vandaag van Stavanger naar Vradal. Eerst een stuk zuidwaarts gereden om vervolgens de route 45 op te pakken, de Suleskarvegen. Het eerste stuk van die weg is er één uit duizenden.

Pas na Byrkjedal wordt het een mooie route. Je rijdt hier door het Hunnedalen. (Zorg wel dat je, voordat je de route 45 opdraait, voldoende brandstof hebt, want het duurt nog wel een flinke tijd voor je weer bij een benzinestation komt. Dan ben je al op het tussengedeelte op weg 9 gekomen. Pakweg toch een stuk van zo’n 100 km.)

Vlak na Flateland kun je weg 45 weer oppakken over een stuk hoogvlakte, richting Dalen. Na zo’n 40 km rechtsaf richting Vradal. Denk niet dat je er dan bijna bent, want dat kost je nog zeker anderhalf uur. Vooral het laatste stuk langs het Vravatn is ronduit een saai stuk bochtige weg. Wel blijven opletten want rechts het meer, links rotsen.

Vradal is een dorpje van niks, dat volgens mij teert op het toerisme in de paar hotels. De supermarkt is maar half gevuld als wij er komen. Waarschijnlijk al een paar dagen geen nieuwe aanvoer gehad. Het hotel ligt aan het begin van het dorp aan de linkerkant.

’s Avonds onder het eten een forse regenbui. Volgens de receptioniste de eerste regenbui in twee weken. Geeft wel aan dat het hier ook erg droog is dit jaar. Veder weer warm (>25 graden)

Dag 19
Wat doe je op zo’n laatste dag. Het dorpje stelt niets voor. Het met veel bombarie gepresenteerde sluizenmuseum is nog minder dan niks. We besluiten daarom maar om naar de skilift te rijden. Daar blijken werkzaamheden aan de gang te zijn. Niets vermoedend rijden we naar boven, in de veronderstelling dat we met de auto toch boven moeten kunnen komen. Helaas is dat niet zo. Op een gegeven moment komen we op een deel wat zo’n losse steenbedding heeft, dat we toch maar besluiten om om te draaien. We hebben per slot van rekening geen 4×4 bij ons. Het uitzicht is overigens wel erg mooi.

’s middags nog een poos gewerkt aan de voorraad boeken. Lekker in het zonnetje bij het Nisservatn. Het Telemarkkanaal komt we een volgende keer.

Dag 20
Alweer tijd om naar huis te gaan. Eigenlijk mag dat ook wel wat ons betreft. Na Bergen valt eigenlijk alles tegen. En dat doet misschien geen recht aan de plaatsen en omgeving waar we daarna zijn geweest.

We merken het eigenlijk nu al voor de derde keer dat Bergen toch een soort toppunt is uit de reis en dat daarna het goede gevoel wegzakt.

We zijn ook op de terugweg met Stena gegaan vanuit Göteborg. Dat betekent dat we niet zo erg vroeg uit de veren moeten. Onze medereizigers die met Color reisden, moesten wel vroeg uit de veren. Het is naar Oslo toch nog ruim 3 uur rijden.

Wij nemen meestal de route via Horten en van daar met de veerpont naar Moss. Het is altijd een welkome onderbreking op een opnieuw lange dag. Vanuit Moss zit je binnen een uur aan de grens met Zweden. En dan nog een paar uurtjes tot Göteborg.

’s Avonds nog geruime tijd kunnen genieten van het zonnetje aan boord, alvorens nog een keer langs het buffet te lopen.

Dag 21
En dan weer terug naar huis. We staan helemaal vooraan op de boot deze keer. We zijn dan ook als eerste personenauto van boord. Zo snel hebben we het nog nooit gedaan. De poort moest zelfs nog worden opengemaakt. Al met al om 09.15 al op de snelweg.

We zijn weer een mooie Noorwegen herinnering rijker. Bijna 3 weken met overwegend goed weer en aangename temperaturen.

Tot slot nog onze indruk van de hotels onderweg:
Soria Moria Oslo: redelijke accommodatie. Jammer dat het zover van het centrum af ligt. Diner en ontbijt redelijk goed.
Gala Hotel Gala: typisch Noorse stijl accommodatie aan het begin/einde van de Peer Gynt weg. Diner en buffet ruim voldoende
Quality hotel Oppdal: Heeft het net niet. Zeker geen aanrader. Diner redelijk, ontbijtbuffet goed, maar wat norse bediening.
Comfort Hotel Augustin: Accommodatie voldoende, diner en ontbijt mager. Wel midden in het centrum van Trondheim
First Hotel Alesund: Accommodatie voldoende, diner matig, ontbijt voldoende. Ook dit hotel midden in de stad.
Loenfjordhotel, Loen: accommodatie voldoende. Diner en ontbijtbuffet prima.
Klingenberg hotel Ardalstangen: accommodatie voldoende, diner en ontbijt goed
Thon hotel Bergen: massa toeristenhotel. Ontbijtbuffet goed. Geen dinermogelijkheid
Thon hotel Stavanger: toeristenhotel, wat verstopt vlakbij het centrum, ontbijt voldoende, in de zomer geen dinermogelijkheid. Iets minder massaal dan in Bergen.
Vradal hotel Vradal: gedateerde accommodatie. Diner en ontbijt voldoende

Leave A Comment