Reisverhaal: Zoeken naar het verschil tussen Noorwegen en Schotland

Geplaatst door Daniëlle Kuil op vrijdag 22 mei 2020

Door: Mevr. E.M. Schoof
Het is achtentwintig graden en we rijden over Arran, vertrokken vanaf de stacaravan in Wemyss Bay. Hoe vaak zal het hier zo warm zijn, denk ik, intens dankbaar dat ik niet thuis ben alwaar het zon zesendertig graden is. Ja, het is hier mooi, en mijn man Willem en zoon Edward (10) beginnen meteen snode plannen te maken voor een lange meerdaagse fietstocht, waarbij ik hen niet bij kan houden en in het beste geval als bezemwagen kan functioneren.

Is het hier mooier dan Noorwegen?

Dat is de volgende vraag die ik me stel, na elf jaar vakantie naar het land waarvan ik de taal intussen ongeveer vloeiend spreek. En ik ben nog maar net terug van een meerdaagse solotour naar de fjorden met een Noorse vriendin. Bomen zijn er hier op Arran genoeg, dus de vergelijking met het Scandinavische land gaat aardig op. Bij de pont naar Kintyre staat een hert in plaats van een eland, het dier is nog tam ook en laat zich gewillig fotograferen.

Kintyre vind ik nog het meest lijken op Denemarken of Normandië, met al die houtwallen. Op Kintyre moeten Willem en ik natuurlijk helemaal doorrijden tot we de Mull kunnen zien van de hit van Paul McCartney, wat Edward nauwelijks kan boeien. We hebben boodschappen gehaald in Campbelltown en eten het avondeten met uitzicht op die zuidpunt en op Ierland. Het is nog steeds achtentwintig graden, maar goed uit te houden. Arran vind ik persoonlijk het mooiste eiland. Edward is heel wat rondtoeren in Scandinavië gewend en accepteert het dat we helemaal via de Argyll terug rijden, ondanks dat we pas om tien uur terug zijn in de caravan.

De volgende dag gaan we in het sportfondsenbad van Largs zwemmen, om een en ander recht te zetten met Ed. Hij is zwemfanaat. De badmeester is behoorlijk spraakzaam en reageert met enthousiasme als blijkt dat we helemaal uit Nederland komen. We spelen met de bal en Edward, wedstrijdzwemmer, traint wat.

Een bezoek aan een kasteel is de volgende goedmaker aan onze zoon. Het wordt Craignethan Castle, een mooi kasteel in een vriendelijk landelijk gebied, met aan de kassa een dame die honderduit praat en een bruidspaar. Ik ben nog helemaal in de trouwstemming, mijn zus is twee weken daarvoor met een hoop toeters en bellen in het huwelijk getreden. Voor het eerst zie ik mannen in een Schotse rok en ik vind het leuk om dit stukje cultuur mee te maken. Ik ben al eens eerder naar een Noorse trouwdienst geweest, met dames in klederdracht. Eigenlijk vind ik klederdrachten het leukst als de mensen ze in een natuurlijke omgeving dragen in plaats van speciaal voor de toeristen.

De camping van Fort William is prachtig en de caravan ook. We hebben hier het mooiste uitzicht vanuit een vakantiewoning ooit, maar het is nog veel mooier als we wandelen in Glen Nevis. Het is gezellig druk, het is zondag. Helaas vergeet ik mijn onderarmen onder te spuiten met muggenafwerend middel, ik word nergens anders gestoken maar daar zitten er al gauw twintig beten, die afschuwelijk jeuken. Willem en Edward hebben er minder last van. Gelukkig heb ik een middel tegen de jeuk bij me. Sla dus geen millimeter huid over!

 

 

Toeren

We gaan een dag toeren naar Skye en het is mistig. De weg naar Skye is zo verschrikkelijk, enorm groen, dat heb ik voorheen alleen net onder de Poolcirkel gezien in Noorwegen of in juni in Zuid-Noorwegen. De regen maakt Schotland alleen maar mooier, tenslotte moet de natuur niet uitdrogen. Want in Nederland staan we deze zomer behoorlijk droog.. We rijden alle rondwegen van het eiland over en bij de Cuillin Hills krijg ik het gevoel dat we op IJsland rijden, en anders op de Shetlands hoewel ik daar allemaal nog nooit geweest ben. De heuvels zijn overduidelijk uitgebluste vulkanen, bomen zijn er bijna niet, de mist, de stilte, alles geeft een heel onherbergzaam gevoel en dan zijn we nog niet eens aan het wandelen.

Dunvegan Castle is dan ineens weer erg gezellig en de tuin heel vriendelijk en mooi. Maar wat zal het hier spoken bij slecht weer! Nu is het gewoon wat mistig, bewolkt met af en toe een beetje regen. Edward vindt het ook leuk en de tuin vindt hij grappig.

We komen langs spannende rotsformaties, de rotsen zijn vulkanisch van oorsprong en veel zwarter en roder dan in Noorwegen, we zien de buitenste Hebriden in de verte liggen en ik krijg zin om daar ook eens heen te gaan. Ik houd van eenzame afgelegen gebieden, waarbij ik wel moet aantekenen dat de leegte wel erg leeg is in Schotland. Het is alsof de mens er niet voorkomt, in Noorwegen zijn op veel plaatsen in de natuur wel een paar gezellig hutjes te vinden, die perfect harmoniëren met de omgeving. En het licht is zo donker vind ik, dat maakt alles desolater. In Noorwegen is het altijd licht, zelfs als het regent. Boeiend is het wel en bij iedere nieuwe soort lichtval moet ik bijna een foto maken.

We gaan via de brug terug naar het vasteland want de pont vaart al niet meer na zessen. We rijden door het allereenzaamste stuk van Schotland tot nu toe het kan nog leger zal ik later tegen het eind van de vakantie merken. Een hamburgerrestaurant in Fort William en dan Edward gauw naar bed brengen om een uur of tien.Ik kan geen mug meer zien en ben blij dat de volgende camping pal aan zee is, bij Dornoch. Zonder muggenbulten had ik nog wel een week midden in de Hooglanden willen blijven, dus hier het dringende advies je vooral heel goed te beschermen tegen deze naargeestige dieren.

Het is erg warm als we langs Loch Ness rijden. We schrijven zittend langs het meer vakantiekaarten, die steeds meliger van toon worden omdat we steeds met een schuin oog een monster zoeken, dat in de vriendelijke zon toch niet zo eng zal zijn. De warmte doet de rest. We lopen een tijd door Inverness, gezellig die drukte op zijn tijd.

De omgeving van Dornoch is zo mooi dat we gauw een brochure met wandelingen bij het toeristenkantoor halen en het plaatsje zelf is heel schilderachtig. Willem en Edward wagen zich in zee, het is mooi weer, maar het water is toch wel erg aan de koude kant. We willen gaan wandelen de volgende dag, maar ik zie onderweg naar het startpunt van de wandeling een rare onweersbui zonder verder zicht, zwart van de hemel tot aan de grond. We rijden terug.

 

Noorden van Schotland

Als we een dag later onderweg zijn naar Durness, helemaal in het noorden, zie ik overal plekken bos met groepjes zeer plaatselijk als lucifershoutjes geknapte sparren. Terwijl de bomen ernaast nog overeind staan. Dit over een afstand van een kilometer of tien in een slingerend patroon. De lezer mag oordelen of we gisteren wellicht een windhoos zijn misgelopen, waarbij de camping in elk geval nog in de veilige zone lag.

Bij Ben Hope is het heel stil, heel verlaten, de mobiel heeft geen ontvangst. Ik ben blij dat er in elk geval wel toeristen rijden, zodat we niet helemaal de laatste mens op aarde lijken. De Smoo Cave is een grot onder de kliffenkust. We gaan er in en de gids blijkt gebroken Nederlands te spreken. Dat is maar goed ook, want ik schakel na elk derde Engelse woord over op het Noors, ik heb kort geleden immers een dag of vier niet anders dan die taal gesproken.. Je moet bukken om met een rubberboot onder een rots door de kunnen varen, dus het is al met al enerverend om er in te gaan, naar de versteende ondergrondse waterval. Het is nauwelijks voor te stellen dat ongeveer op deze breedtegraad het gezellige, lieflijke zonnige zuidpunt van Noorwegen is. Om dezelfde eenzame verlatenheid te ervaren moet je in Scandinavië minstens naar het Noord-Zweedse Norrbotten rijden. En zodra je de Noorse grens over bent is het dan al weer gezellig met hier en daar hutjes.

Willem is de volgende dag jarig. We zien dan zeehonden op de zandbank in zee liggen. We maken twee wandelingen in de buurt van Lairg. Het is mooi, maar de tochten zijn volgens ons toch wat langer dan de twee mijl die de brochure beloven. Over iedere wandeling doen we anderhalf uur.

Tijdens de snelle rit naar Port Seton slaap ik, want Edward is aan het kaartlezen. Geen slecht idee om deze taak uit handen te geven! We stappen uit om te lunchen in Blair Atholl, om precies te zijn in bistro de Loft. Edward eet een hamburger, hartstikke goed en de pompoenensoep met broodje zalm die Willem en ik eten ook. Buiten ruikt het enorm kruidig naar de bloemen, deze berglucht zal ik missen als ik weer thuis ben onder de rook van de Europoort.

Voor we naar Edinburgh gaan, komt eerst het gebied ten oosten van Port Seton aan bod. Tantallon Castle, even buiten North Berwick, is een prachtig fascinerend kasteel in mooi, warm weer. De put is 32 meter diep en het duurt vijf seconden tot de ingeworpen muntjes zijn gevallen. Omdat Edward is geboren een klein jaar nadat ik een muntje in de put van een oud kasteel gooide, geloof ik dat deze actie geluk brengt. Van Tantallon word je vanzelf bijgelovig. Allemachtig, wat een ongelooflijk dikke muren en wat een bizarre barse stenen.

De laatste vakantiedag is voor de hoofdstad van Schotland. Edinburgh is een prachtige overweldigende stad, het is meer iets wat ik me bij Barcelona voorstel. Overal prachtige oude gebouwen, het kasteel is schitterend, maar ik heb het meest zin om winkels te bekijken en neem de jongens mee op sleeptouw. De bus vanuit Seton Sands kost bijna niets en je bent ook snel weer terug, wat een luxe taxi. Bovenin is het helemaal leuk. De bus hobbelt daar als een gek en de chauffeur is erg vlug. De vakantie zit er op.

Onweer, volgens Edward boven Middlesborough, als we op zee zijn. Het is niet moeilijk voor me om Groot-Brittannië te verlaten, het is geen Scandinavië. En naarmate de nacht aan boord vordert word ik steeds heerlijker gewiegd door flinke golfslag. Het schip wordt de haven van IJmuiden in geholpen door sleepboten en in Schotland hebben we schitterend weer gehad. Aan de hoosbuien thuis erger ik me niet, de tuin werd al geel..

Boek je vakantie bij Buro Scanbrit