Balanceren op bergschoenen – Nationaal Park Fulufjället

Er leven beren en wolven in Nationaal Park Fulufjället, maar die krijg je niet te zien. Wel zie je er de hoogste waterval van het land en  – ja, écht – de oudste boom van de wereld.

BS081094

Bang voor beren?
De avond voor mijn wandeling op de hoogvlakte Fulufjället kreeg ik in het Pernilla Wiberg Hotel in Idre rendieren- en berenvlees geserveerd, heel normale kost voor de inwoners van de Zweedse regio Dalarna. En lekker ook, weet ik nu. ‘Pas maar op,’ zegt mijn gastheer als ik de volgende ochtend de rugzak op mijn rug hijs. ‘Gisteren lag er beer op jouw bord, ik hoop dat het vandaag niet andersom is.’ In Fulufjället leven inderdaad beren, net als wolven, elanden en lynxen, maar voor een ontmoeting hoeven we niet bang te zijn, vertelt mijn gids Bengt Oldhammer later, als we aan de klim naar het plateau beginnen. ‘Een beer maakt zich héél snel uit de voeten als hij iemand aan ziet komen.’

BS071641

Bulderend water
Bengt, die als bioloog al jaren onderzoek doet in dit nationale park vlak tegen de Noorse grens aan, neemt me eerst mee naar Nupeskjär, de hoogste waterval van Zweden en met 93 meter bijna twee keer zo hoog als de Niagara Waterfalls. Als je wilt, en het niet erg vindt om zestig meter over een vlakte grote keien te balanceren, kun je vlakbij komen. Ik wil dat, en minutenlang sta ik roerloos in de waternevel van de stroom die zich bulderend van de rotsen stort. Dit is imposant!

Meters mos
Zo begin ik opgefrist aan het tweede deel van de klim. Om boven te komen moeten we ongeveer 400 meter door het bos de hoogte in, het bos waar ook de beren zitten. Dat de bomen niet zo hoog zijn, komt doordat het groeiseizoen hier kort is. Dat het bos wel oud is – en de lucht schoon – bewijzen de meterslange slierten mos die tussen de takken hangen. Ze geven de bomen een sprookjesachtig aanzicht. Of is het eerder spookachtig? Het is maar hoe je het bekijkt.

Hoogseizoen
En dan staan we opeens boven op de hoogvlakte: één groot brok begroeide zandsteen van 35 bij 15 kilometer, dat hier al ligt sinds de laatste ijstijd. Bij de waterval waren meer mensen, maar hier is niemand te zien behalve één man met verrekijker. Bengt is het nóg rustiger gewend. ‘Het is vandaag hoogseizoen,’ lacht hij. De vlakte is kaal en verlaten, maar niet saai. We lopen over puinvelden met rode en roze keien, langs meertjes en stroompjes en velden vol groene mossen. En wat is dat rendiermos wit!

BS161619

Oudste boom
En wat is Old Tjikko klein! Als je dit sparreboompje, helemaal alleen op de vlakte, ziet staan zou je niet zeggen dat ‘ie meer dan 9500 jaar oud is en daarmee de oudste boom ter wereld. Bengt legt me uit dat niet de stam en de takken  die hoge leeftijd hebben, maar het onderliggende wortelstelsel. En omdat déze boom uit díe wortels groeide is hij wel mooi de oudste van de wereld.

Handenvol bessenBS120008
Ik zou hier dágen kunnen wandelen. Mijn favorieten om overheen te lopen, zijn de keienvlaktes en de smalle, verende planken die over de moerasachtige stukken liggen. Ik hou wel van een beetje balanceren op bergschoenen. ‘Dagen lopen kán hier in principe ook,’ zegt Bengt. ‘Fulufjället is groot genoeg, er zijn voldoende gemarkeerde routes en slapen kan in een van de hutten.’ Maar wij zijn voorlopig nog niet aan slapen toe. Eerst eten. We hebben brood en drinken en handenvol bessen die we tijdens het lopen plukten, onze ruggen rusten tegen een roze kei, we horen het trillende gezang van een vogel in de lucht en we hebben uitzicht op de paden die we straks nog mogen bewandelen: er zijn slechtere lunches denkbaar.

Leave A Comment