De helden van Noord-Noorwegen

Eland

Het is alweer een tijd geleden, ik was jong en had nog geen ervaring in de wildernis. Ik studeerde nog, was net in Oslo voor een stage en mocht enkele maanden bij een Noorse vriend logeren. In de weekends en de vakanties nam hij mij mee naar zijn favoriete plekken in de onmetelijke Noorse natuur, ook die boven de poolcirkel, in Noord-Noorwegen. Het heeft een blijvende indruk op mij gemaakt, maar het meeste respect kreeg ik toch voor de stoere dieren die hier – in dit extreme klimaat – overleven. Die zijn mijn helden en daar wil ik het vooral over hebben.

Op een zomerdag liepen we langs de randen van de taigabossen ten zuidoosten van de oude mijnstad Kirkenes in de meest noordelijke provincie van Noorwegen – Finnmark. Het kan hier verrassend warm worden in de zomer, maar je kunt hier beter lange mouwen en goed sluitende broeken dragen. In deze tijd van het jaar is het enige vervelende ‘roofdier’ van Noorwegen actief: de mug. Maar wie de juiste voorzorgsmaatregelen neemt, kan wel ontzettend genieten van de ruige en verrassende natuur en haar bewoners.

Die zomerdag dus… Op een gegeven moment dacht ik een verwilderde hond te zien die verderop op een rots in de zon zat. Ik wees mijn vriend Reidar erop en hij fluisterde “Bukken!” Toen we daar hurkten, legde hij mij uit dat die een veelvraat was, de grootste marterachtige van Europa. Het beest kan zo’n 30 – 40 kg zwaar worden en was volgens Reidar sterk en onverschrokken, zo sterk dat hij naast knaagdieren en sneeuwhoenders ook vossen, reeën en schapen kon aanvallen. Zelfs bruine beren gingen hem liever uit de weg vanwege zijn felheid en oersterke kaken. Zoals hij daar zat op de rots, zag hij er best vriendelijk uit en ik heb  sindsdien een zwak voor dat stoere beest.

Vissen op kingcrab

Terug in Kirkenes trakteerde Reidar op verse kingcrab. Ze zien er niet alleen indrukwekkend uit, ze zijn ook indrukwekkend lekker en hier véél betaalbaarder dan in de restaurants van Oslo. We aten de ‘simpele’ variant, met brood, mayonaise en witte wijn. Heerlijk! Je kunt hier ook (met een gids) op kingcrab safari gaan en ze zelf vangen.

Natuurlijk zijn we tijdens deze trip naar de Noordkaap (op het eiland Magerøya) geweest om vanaf een indrukwekkende hoogte – de zee ligt hier ruim 300 meter lager aan je voeten – de middernachtszon niet in de Barentszee te zien ondergaan. Niet ver van de Noordkaap kun je op vogelexcursie te gaan naar de Gjesværstappan, de grootste vogelrots van Noorwegen, met onder andere papegaaienduikers, alken, stormvogels en zeearenden.

Hier in het noorden leven ook de Samen – de oorspronkelijke bewoners van Noorwegen –  met rendierkuddes van duizenden (half tamme) dieren die op de toendra grazen. Wilde kuddes vind je alleen nog op de zuidelijker gelegen hooglanden Dovrefjell en Hardangervidda.

De provincie Troms ligt onder Finnmark en is rijk aan berglandschappen, fjorden, vruchtbare valleien en honderden eilanden voor de kust. Vanaf het levendige Tromsø (de noordelijkste universiteitsstad ter wereld) heb je een schitterend panorama: vóór jou de eilanden en achter jou de imposante toppen van de Lyngsalpene, geliefd bij wandelaars en bergbeklimmers. Ook daar leven rendieren, veelvraten en de grote Scandinavische kat: de lynx. Helaas een nachtelijke jager, je boft als je er een overdag kunt spotten.

De fotogenieke papegaaiduikers

De stormvogel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een andere leerervaring was ook in Troms, toen we door een vriendelijk dal reden en ik voor ons een groot paard zag oversteken. Reidar lachte en zei: “Dat was een eland! Je eerste.” Daarna heb ik deze indrukwekkende reuzen met hun typische schoffelgewei vaker mogen bewonderen. De elandenpopulatie is tamelijk dicht in het noorden en je wordt niet voor niets door verkeersborden gewaarschuwd. Mijn vriend vertelde mij ook dat elanden tot vier meter diep kunnen duiken om smakelijke wortels en stengels van waterplanten op te halen. Dat verwacht je niet van zo’n enorm en zwaar dier.

De schuwe wolf

Ik vroeg mijn vriend ook over wolven in deze streken. Volgens hem waren ze hier vrij zeldzaam maar ze staken wel vanuit Zweden over. Hoe dichter je bij de grens kwam des te meer kans dat je er één of een roedel tegenkwam. Maar met de wolven is het net als met de bruine beren: ze gaan de mens liever uit de weg. Reidar zei dat we een volgende keer ook naar de Målselven zouden kunnen rijden, een beroemde waterval waar ’s werelds langste zalmladder in de rotsen uitgehouwen is. Het is er niet van gekomen, maar zo houd je altijd iets over om naar uit te kijken!

Iets zuidelijker (maar nog steeds boven de poolcirkel!) kom je in Nordland. Daar moet je Vesterålen en de Lofoten bezoeken. Vesterålen is een archipel van gevarieerde eilanden, van groen en vruchtbaar tot ruige bergtoppen. Mooi is hier steeds een brug verder want de eilanden zijn met het vasteland én met elkaar verbonden door elegante bruggen. Wat Vesterålen óók interessant maakt, zijn de zeedieren en vogels. Voor de kust van de eilandengroep zijn de voederplaatsen van de potvissen. Het water van de Atlantische Oceaan is hier zo voedselrijk dat het ook zeehonden, alken, Jan van Genten, stormvogels en papagaaiduikers aantrekt. Je kunt het allemaal van dichtbij zien tijdens een kajaktocht, een walvissafari, een vogelsafari of vanaf een vissersboot.

Een zeearend op jacht

De Lofoten zijn een verhaal apart en dat heeft alles te maken met de verschijning van deze eilandengroep. Een donker violette bergketen met een lengte van méér dan 160 kilometer en een hoogte tot duizend meter die uit de smaragdgroene oceaan opstijgt. Met ruige bergtoppen, groene valleien en stranden van wit zand betoveren de Lofoten al lang fotografen, schilders, schrijvers en andere kunstenaars. National Geographic roemt dit gebied als de op één na mooiste eilandengroep ter wereld. Hier komen ook actieve en sportieve vakantiegangers aan hun trekken. Denk aan kajakken, hiken, surfen, bergklimmen… De dierenwereld is hier net zo veelzijdig als de landschappen en activiteiten. Hier vind je één van de grootste kolonies zeearenden ter wereld en je kunt ze aan het werk zien. Er zijn talrijke rotsen met broedkolonies van alle soorten zeevogels. De wateren rond de Lofoten zijn beroemd om de kabeljauw (skrei) die hier in de winter gevist wordt. Tijdens bootsafari’s kom je naast walvissen ook orka’s en zeehonden tegen. Ook de (ongevaarlijke) reuzenhaai laat zich hier af en toe zien, maar daarvoor moet je je wel in een duikpak hijsen.

Orka's

Een van de majestueuze walvissen die zich in deze streek laat zien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Langs de kusten van Nordland voelen zeeotters en vrolijke bruinvissen zich thuis. Op het vasteland is de kleurrijke universiteitsstad Bodø de toegangspoort naar een bergachtig gebied, met de massieve Svartisen gletsjer en hooglanden met rendieren en soms bruine beren. In Helgeland, het zuidelijke deel van Nordland, zijn sprookjesachtig mooie bergen, kleine meren, loof- en dennenbossen en stille orchideevalleien. Hier kom je dassen tegen, reeën, vossen, wolven, maar ook weer de lynx en… de veelvraat. Ik ging hier nog op zoek naar hem, maar het is bij die ene ontmoeting in het hoge noorden van Finnmark gebleven.

De dierenwereld van Noord-Noorwegen is veelzijdig en boeiend en er is nog veel meer over te vertellen. Maar even veelzijdig en boeiend zijn de landschappen die hun leven bepalen. Wie geen Noorse vrienden heeft en toch álles wil verkennen, kan het beste bij Noord-Europa specialist Buro Scanbrit terecht. Hun reisspecialisten kennen die bestemmingen als hun vestzak en de rondreizen die zij samenstellen, worden alom geprezen.

Leave A Comment