Dublin: kleurrijke stad, kleurrijke mensen

Dublin is niet een heel grote stad, maar er is ongelooflijk veel te zien. In de drie dagen dat ik er was probeerde ik zo veel mogelijk mee te pikken. Maar het belangrijkste wat je er kunt doen is gewoon genieten, van de sfeer en van die ontzettend vriendelijke en vrolijke Ieren.

Het regent als ik aankom op de luchthaven van Dublin, en het regent nog als ik in de stad de bus uitstap – maar ja, dat kun je verwachten als je naar Ierland gaat. De buschauffeur stapt met mij uit en legt me vol geduld uit hoe ik naar mijn hotel moet lopen. Dat ‘ie in zijn overhemd kletsnat wordt lijkt hem niet te deren, dat de passagiers moeten wachten evenmin. Na veel handgebaren en ‘na het park rechts’ en ‘dan na 500 meter links’ denken we dat het moet lukken. ‘En anders vraag je maar aan de mensen, ze zijn aardig,’ geeft hij me nog mee. Híj heeft zijn eigen bewering alvast bewezen.

BS152637

Langs de highlights

De volgende ochtend is de regen verdwenen, maar zijn de vriendelijke Ieren gebleven. De buschauffeur van de hop-on hop-offbus is bovendien een komiek. Hij grossiert in grappen, zoals ‘Weet je het verschil tussen Bono en God? God denkt níet dat hij Bono is.’ De niet geheel kapsonesvrije U2-frontman roept al vanaf het prille begin van de band gemengde reacties op onder zijn stadgenoten.

Sommige mensen vinden het suf of te ‘toeristisch’ maar ik begin een city trip graag met een sightseeing tour. Het is een prima manier voor een goede eerste indruk. De gele bussen van CityScape Dublin rijden je in bijna 2,5 uur voor een prikkie langs 29 highlights van de stad. Je kunt uitstappen waar je wilt, instappen waar je wilt en als je zin hebt kun je ook de hele tour drie keer achter elkaar doen. Let vooral ook op de voordeuren in alle kleuren van de regenboog!

BS131547

Een halve penny voor de brug

Dublin is een compacte, gezellig-rommelige stad die je ook heel goed lopend kunt doen. Dwars door de stad loopt de rivier de Liffey. De mooiste brug om de rivier over te steken is de gietijzeren Ha’penny Bridge, waar je vroeger een halve penny moest betalen om aan de overkant te mogen lopen. Dat de zee niet ver is merk je aan de meeuwen die het voorzien hebben op de lunch van de mensen die hun middagpauze doorbrengen in St. Stephens Green. Dit is een heerlijk park met een ronde vijver, ronde fonteinen, ronde bloemperken en bijna ronde heuveltjes midden in het centrum. Een paar kilometer uit het centrum ligt Phoenix Park, dat meer dan twee keer zo groot is als New Yorks Central Park. Té groot om te bekijken besluit ik als ik er eenmaal ben en ik drink lekker een thee in de – ronde – Victorian Tea Room. Vanachter de kleine ruitjes heb ik een prima zicht op het oneindig lijkende groen.

 

In het hart van het centrum

Voor het echte drinken en stappen is Temple Bar, weer aan de andere kant van de Liffey, the place to be. Deze kleurrijke wijk van straatjes en steegjes vol restaurants, winkeltjes en pubs vormt het hart van het centrum. Overdag is het er gezellig druk. ‘s Avonds is het er nog gezelliger, én drukker, met live muziek die uit alle pubs klinkt. Drinken kunnen de Ieren, maar de sfeer blijft vriendelijk. Het gaat er vrolijk aan toe in de pubs en op de stoep, waar vaak meer klanten staan dan binnen.

 

Nationale drank

Guinness is de nationale Ierse drank en het Guiness Storehouse is een van de populairste attracties in de stad. Tot 1984 werd in dit immense gebouw bier gebrouwen, nu is het een bezoekerscentrum over de geschiedenis en het brouwproces van Ierlands belangrijkste exportproduct. Absoluut ook leuk voor wie niet van bier houdt. En ga zeker naar de Gravity Bar op de zevende verdieping; is het niet voor een pintje dan is het wel voor het uitzicht over de stad.

BS152635

Oud, ouder, oudst

Guinness bestaat sinds 1759. Een nog ouder instituut is Trinity College, universiteit sinds 1592. De Long Room in de bibliotheek
is een enorme toeristentrekker. Hier worden zo’n 20.000 van de oudste boeken van het land bewaard in een gewijde sfeer van
houten boogplafonds en marmeren bustes van Griekse filosofen. In een glazen vitrine ligt het Book of Kells, een meesterlijk gekalligrafeerd handschrift dat rond het jaar 800 werd geschreven.

Duivelshoorntjes

Een toeristentrekker-in-wording is het nog vrij jonge Little Museum of Dublin.De collectie bestaat uit voorwerpen die door inwoners van de stad werden bijeengebracht, de rondleiding is er een vol humor. Het museum belicht de geschiedenis van de laatste honderd jaar, van de bezoeken van Queen Victoria en John F. Kennedy tot de abortusstrijd en de wereldsuccessen van U2. Op de bovenste etage heeft de groep een eigen kamer. En wie staat daar in vol ornaat? Bono, met duivelshoorntjes op zijn hoofd. Is ‘ie nou God of de duivel? Mmm, dat is een vraag waar ze ook in Dublin nog lang niet uit zijn. En ondertussen lachen ze er hard om. Want als een Ier een grap kan maken, zal ‘ie dat zeker niet laten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave A Comment