Reisverhaal: Weergaloos IJsland

Fantasielandschap IJsland
In maart besloten we eens te kijken waar we dit jaar op vakantie wilden gaan. Noorwegen begon weer te trekken. Met diverse reisgidsen op bank begonnen we het een en ander op een rijtje te zetten. We hadden ook een gids van IJsland meegenomen, gewoon voor de mooie plaatjes. Maar toen we de kosten eens nader bekeken bleek IJsland minder ver weg dan gedacht en was de keuze snel gemaakt. Gezien onze reisperiode moest de vakantie aangevraagd worden en was het even afwachten of alles door kon gaan. Toen kregen we bericht. Het gaat door!!!!!!!! En begon het lange wachten tot we eindelijk op IJslandse bodem zouden staan. Spannend misschien zijn er al wel herstkleuren te zien!!!
Vandaag plofte, twee weken voor vertrek, een dik pakket van Buro Scandinavia in de brievenbus. Zou alles erin zitten? Gauw openmaken dan maar!!! Gauw de accomodaties bekijken…. guesthouse, guesthouse landelijk gelegen, wauw!!! De gegevens kloppen allemaal, dus een onvergetelijke vakantie kan wat ons betreft beginnen. Vanavond maar eens op ons gemak maar eens doorspitten.
Inmiddels is het avond en na het lezen van de info zijn de kriebels haast onbedwingbaar!!! Rest ons nu alleen nog het uitpluizen van het boekje om te kijken waar we allemaal heen willen en wat we absoluut moeten gaan zien en heel hard hopen dat we een beetje mooi weer hebben….
De dag voor vertrek
De dag voor vertrek.. Gatsie, het begint nu toch echt te kriebelen… Alles wat we mee moeten en willen nemen, past makelijk in de twee koffers. We hebben alle kaarten en papieren, kortom eigenlijk alles! Met 4 gb aan geheugenkaarten voor de foto’s op zak, moet het toch lukken. Morgen om deze tijd staan we op ijslandse bodem en rijden we de eerste mooie dingen en overnachtingsplek tegemoet. Nog een dagje slapen en dan………… IJSLAND!!!!!! Vol verwachting klopt ons hart….
No photos available right now.
Please verify your settings, clear your RSS cache on the Slickr Flickr Admin page and check your Flickr feed
Op IJslandse bodem
Na een roerige nacht waarin ieder uur voorbij kroop, gaan de oogjes om kwart voor 7 weer open. Over 15 minuten gaat de vakantiewekker officieel af, maar…… Jihoe!!! Vandaag gaan we naar het land van vuur en ijs: IJSLAND!!! Na maanden geduldig wachten, is het vandaag eindelijk zover!!! Hapje eten, laatste dingetjes controleren en dan worden we op het station gedropt!!! Het gaat beginnen!!!
We hebben besloten met de trein naar Schiphol te gaan. De verbinding loopt goed en met een kaartje voor de eerste klas op zak is het zeer comfortabel en zonder veel gedoe reizen. Ah, de trein is op tijd, als er nu onderweg niks gebeurt, zijn we er gewoon lekker op tijd. En inderdaad, om 11.15 uur staan we op Schiphol. “Gezellig druk” als altijd… Eens kijken of we kunnen inchecken. Ook dat blijkt geen probleem, dus dan maar gelijk de koffers inleveren, door de douane. We zijn vrij vroeg op Schiphol, maar beter te vroeg dan op hete kolen te moeten zitten. Zo kunnen we lekker relaxt weg, haast bestaat de komende paar dagen voor ons niet. We wachten geduldig op het toestel dat we aan zien komen taxi-en. Flitsend toestel zeg!!!
Om 14.15 uur staan we in de startblokken en geeft het toestel gas!!! Here we go!!! Wat is zo’n toestel toch snel op snelheid en wat ziet Nederland er van boven leuk uit. En floep, de duinen trekken aan ons voorbij, gevolgd door de het ene na het andere boorplatform. Na Nederland verschijnen er steeds meer wolken, wolkenvelden en dikke pakketten pluizige en dichte wolken voor het beeld.. Een glimps van Schotland kunnen we dus wel vergeten. Och jee, wat voorspelt dit voor IJsland?
Als we nog ongeveer 45 minuten moeten vliegen zien we in de verte vreemd scherp afgetekende wolken. Zouden dit de gletsjers zijn, dat kan toch haast niet? Nog voordat we eruit zijn, trekt een vreemd scherpe lijn onder ons voorbij, de kust!!!! Dus toch!!! Wauw, de eerste glimpsen van IJsland. Binnen korte tijd trekt de ene na de verwondering aan ons voorbij. We zien gletsjers, vulkanen, rivieren, delta’s en uiteindelijk ook Reyjavik. Jeetje, wat is dit mooi. We naderen het vliegveld vanuit het noorden en zien de lavavelden al liggen. Vlekkenloos wordt het toestel aan de grond gezet en besef je weer dat je met Scandinaviers in het toestel zit, want er wordt niet dom geklapt bij de landing. Als we het toestel verlaten krijg je haast de neiging om de gate uit te rennen naar buiten! Maar eerst de bagage ophalen en de auto afhalen. Het duurt wel lang, de bagage… Dan zegt ons gevoel de twee andere bagagebanden na te speuren, en inderdaad, daar gaan onze koffers voorbij. Dan kun je lang wachten bij de aangegeven band, maar goed, we hebben alles. Dan halen we de auto op. We hebben een Toyota Yaris 2wd gehuurd. We krijgen een bloednieuw wagentje mee, flitsend grijs. Na inspectie lijkt alles in orde en gaan we op pad naar een fantastisch landschap.
Al snel zakt onze mond open van verbazing. De zon schijnt en we rijden door een landschap zo ruig! Hier zou je Noorwegen haast lieflijk bij noemen. De lava is grillig, scherp, bemost, de bergen tekenen zich scherp af tegen een half bewolkte lucht. In de verte zien we stoom. Dit is echt grandioos mooi! De vakantie kan nu al niet meer stuk en al vrij snel heeft het land in ieder geval mijn hart gewonnen. Bij de stoom die we zagen dringt plots een rotte eieren lucht de auto binnen, ok dan!!! IJsland moet je naast zien, voelen, horen, ook ruiken. De afslag naar Blue Lagoon missen we, maar daar waren we niet naar op weg.
We nemen de weg van Grindavik langs de kust naar het oosten. Hopsa, de verharding gaat over in gravel en niet zo zuinig ook! De eerste wasbord-weg hebben we te pakken, wat een gerammel. Passeren gaat inderdaad met beleid en op de wasbordweg gaat het soms niet harder dan 30 km/uur. Voor ons zien we een lege weg, het nummer “The road ahead is empty” is wel erg toepasselijk…. with miles of the unknown…. Wat een rust. Achter ons zien we een regenbui aankomen… Ach wat, we hebben nu al zoveel moois gezien en de bui aan kunnen zien komen is natuurlijk ook erg mooi. Zelfs in deze bui hebben we nog vrij ver zicht en het licht is fantastisch. Omdat we niet gelijk door Reykjavik wilden rijden hebben we deze route genomen. Absoluut de moeite waard, maar gezien de conditie van de weg, halen we het aangegeven tijdstip voor de eerste overnachting niet meer. We werden geadviseerd de eigenaren te bellen als we niet voor 19 uur aan kunnen komen, dus dat zullen we dan maar doen. Dat is wel zo netjes. Maar dan blijkt al snel dat we niet overal bereik zullen hebben. Als we even wat meer bereik hebben proberen we het hotel te bereiken. Dit heeft even wat voeten in de aarde, maar toch lukt het. Het blijkt geen probleem als we wat later aankomen.
We komen nog vlak langs een lavatunnel, maar gezien de tijd moeten we die nu even haast letterlijk links laten liggen, hier hebben we de laatste dag ook tijd voor. Dan komen we op de ringweg uit. De ringweg is zeker goed begaanbaar waardoor we rond 19 uur het hotel bereiken. We hebben zelfs douche en toilet en dat terwijl we zonder faciliteiten hebben gereserveerd. Nu nog een hapje eten want door het zomerse tijdsverschil hebben we nu toch wel trek. We vinden een rustige plek waar we een lekkere hamburger en frietjes kunnen eten. Dat mag tenslotte allemaal in de vakantie. We doen nog een paar boodschapjes om vervolgens in bed te rollen en op naar al het moois van morgen!
Overdonderend natuurschoon
Dag 2 en wat een mooie dingen voor de boeg. Tijd om alles weer snel in de koffer te drukken, lekker te ontbijten en gauw op pad te gaan. Alles in de auto, klaar voor een nieuwe dag. We rijden weg met zonnig weer, maar langzamerhand verschijnen er meer wolken naar mate we meer naar het oosten komen. Het landschap is aan de ene kant van de weg kaal en leeg, aan de andere kant zien we nog net duidelijk herkenbaar de Hekla in de verte. Wel een rare gedachte op een eiland te zijn wat geologisch nog zo actief is en nog niet af is….
Dan zien we de eerste waterval, vrij hoog, dus dat moet de Seljalandsfoss wel zijn. Dit is de waterval waar je achterlangs kunt lopen, we zijn benieuwd! Geen enkele toerist! Wat een rust. Van veraf lijkt de waterval in eerste instantie niet veel, tot je dichtbij komt en je de eerste spatten voelt. Als we dichtbij zijn, zien we inderdaad een glibberig pad achterlangs gaan. Omdat we vandaag nog zoveel meer willen zien, besluiten we niet achterlangs te lopen, alleen een klein stukje omhoog te klimmen.
Wauw, wat een begin van de dag… De zon schijnt zelfs weer. Drijfnat en met de nodige kiekjes gaan we verder. Aan de ene kant is het landschap nog groot, wijds en leeg, aan de andere kant stevenen we op steile rotswanden af. Rechts van de weg zien we in de verte Vestmannayaer liggen, het eiland waar bij de laatste vulkaanuitbarsting eenderde van het landoppervlak is bijgekomen, een rare gedachte.
Dan duikt plots na een rotswand de Skogafoss op, wat een plaatje… Dat vraagt erom dichterbij te gaan kijken… Ook hier komen we bij de waterval geen toeristen tegen. We lopen tot dichtbij de waterval en worden drijfnat van het water, maar het is heerlijk. Het nodigt zelfs uit de camera even goed op te bergen en dicht bij de waterval te gaan staan met je ogen dicht en vervolgens alleen even het frisse water te voelen en alleen maar het geluid van het vallende water te horen. Het is een heerlijk gevoel, alsof je even helemaal alleen mag zijn op dit prachtige eiland. Onbeschrijfelijk. Dan wagen we ons aan het pad naar boven. Het is een stevige klim, maar meer dan de moeite waard. We slaan alles in ons geheugen, maar zeker ook in ons hart op, nemen nog wat foto’s en gaan verder naar de Puffins.
Het landschap waar we doorheen rijden is adembenemend en ontroerend mooi! De kleuren moet je echt met eigen ogen zien anders geloof je het niet, de bergen zijn steil, wild en vertonen nog geen sporen van ouderdom, gletsjers trekken aan ons voorbij, net als de rivierdelta’s. Deze zijn hier al zo groot, laat staan de sandrs die nog volgen. De afslag naar Dyrholaey rijd je haast voorbij, maar we hebben hem gevonden. De weg is onverhard en af en toe weer een wasbord, maar fraai, zeer fraai. Onderweg komen we allerlei lavaformaties tegen en zwart zand. In eerste instantie kunnen we niet geloven dat de weg naar de top voert, maar dan klimt de weg plots, en niet zo’n beetje ook. Bij de vuurtoren op de top heb je een prachtig uitzicht over de kust en het zwarte strand. In de verte breekt de zon nog net even door. Het land van licht doet zijn naam eer aan. Puffins zien we helaas niet. Het broedseizoen is over en overdag zitten ze toch veelal op zee.
We rijden de weg weer naar beneden en komen dan zowaar een tegenligger tegen. In plaats van direct terug te rijden, kent de weg nog aan afslag de andere kant op, dus gaan we ook daar kijken. Er is een doorgang naar het strand. Het zand is inderdaad zwart en naar mate we meer naar de branding komen wordt het materiaal groffer. We bezoeken nog enkele grotten in de rotsen aan zee. We nemen alles weer in ons op en gaan op weg naar Vik. De lucht is inmiddels grijs en er valt een enkele druppel.
We vinden een leuke plek om een broodje te smeren. Dit broodje-smeren gaat nogal alternatief met het plastic vliegtuig-mesje, aangezien we in de bagage geen bestek mee mochten nemen. Maar ach, in zo’n omgeving maakt het allemaal niet uit, al moet je je vingers door de pot pasta halen. Ons plekje ligt aan een kabbelend beekje, midden tussen de lavabrokken. In de verte zien we nog net een vreemde zwarte massa liggen. Dit blijkt na vergelijking met de kaart een gletsjer van formaat te zijn. Het zwarte komt van het vulkanische zand en stof wat erop waait en in meegevoerd wordt. De gletsjer is in eerste instantie nauwelijks herkenbaar. Na een lekker broodje en een pakje melk verzamelen we de spullen en kijken extra goed dat we alles meenemen en geen rommel achterlaten.
We rijden door een spoelzandvlakte (sandur), een onwerkelijk landschap. Zo ver als je kunt kijken zie je zwart zand met hiertussen af en toe wat waterstromen. De spoelzandvlakte wordt opgevolgd door een lavaveld met kussenlava. De ronde vormen zijn een vreemde gewaarwording na de ruwe en ruige blokken die we eerder hebben gezien. We zijn op zoek naar een basaltvloer, maar die kunnen we niet vinden. Dverghamrar wel. De basaltzuilen zijn groot, erg groot… Soms zijn ze een meter in doorsnede. Heel bijzonder. Het begint aardig te spetteren en we gaan weer terug naar de auto.
De weg buigt weer om en ondanks de regen, zien we in de verte al gletsjers liggen. We bereiken de Skeidararsandur, een gigantisch uitgestrekt gebied van waterstromen, zwart zand en vooral geen beplanting. We passeren een aantal bruggen en komen restanten verwrongen staal tegen. In 1996 is de vulkaan onder Vatnajokull uitgebarsten een heeft enorme hoeveelheden ijsbrokken en water meegevoerd en de wegen en bruggen volledig weggeslagen. Het landschap waar we nu doorrijden is dus nog geen 10 jaar oud, onbegrijpelijk.
Bij elke wending van de weg is het weer de moeite waard een foto te maken, met maar al te vaak een lege weg. Je moet moeite doen om een tegenligger op de foto te zetten. Als je er een tegenkomt is het zelfs de moeite waard een foto te nemen om zo de schaal van het immense landschap weer tot je door te laten dringen. Langzaam maar zeker bereiken we de gletsjers. We nemen de afslag naar de Svinafellsjokull. Het landschap is haast onwerkelijk. Je krijgt zo vlakbij de gletsjer het gevoel op de maan te zijn. Het ijs is vies, grillig en kraakt en knoerst aan alle kanten, af en toe breekt een stuk ijs af. Het is tijd om weer verder te gaan. In deze omgeving voel je je klein en nietig. De indrukken die we hier opdoen zullen we nooit meer vergeten.
Dan daalt plots de temperatuur naar 8 graden… Het gletsjermeer Jokullsarlon! Wauw, wat is dit mooi. Grote brokken ijs drijven in het meer, op weg naar zee. Brrr, het is hier 7 graden en het water is letterlijk en figuurlijk ijskoud. Maar de rust die er vanuit gaat is onbeschrijfelijk, heerlijk. Het ijs varieert van zwart tot ijsblauw. Kan er nog wat leven in dit koude water? Blijkbaar wel want er zwemmen een stuk of 6 zeehonden tussen de ijsschotsen. Het landschap dwingt je ontzag te hebben voor de schoonheid en schaal van het land en een brok in je keel blijft niet lang achterwege. We hebben IJsland nu al in ons hart gesloten, het is intens genieten in dit land.
Als we verder rijden lijkt de zon te schijnen. We rijden al snel in de zon en de kleuren van het landschap en de bergen zijn prachtig. Links schijnen nog net wat zonnestralen op de gletsjer. Door de grillen van het weer verandert het licht ongelofelijk snel. Zo rijden we in bewolkt weer, zo breekt weer ergens de zon door en belicht het landschap, de gletsjers, het mos, de bergen.. De slaapplaats ziet er veelbelovend uit en lijkt meer een soort jeugdherberg. Maar blijkt een gehorige woning. We rijden door naar Hofn, waar we een lekkere pizza eten en bestuderen de kaart wat we morgen gaan doen. Nu eerst maar eens weer een nachtje slapen, na een paar krabbels op papier zodat we nooit meer zullen vergeten wat we gezien en ervaren hebben. En dan is het heerlijk om je ogen dicht te kunnen doen en alle beelden weer voor je ogen voorbij trekken.
Grillen van het IJslandse weer
Na een rumoerige nacht is het wakker worden om te kijken wat het weer doet. Jakkie, het is nogal donker. Na het ontbijt begint het te regenen, de voorbode voor een natte dag. We laden alles in om maar weer snel op pad te gaan. Het waait behoorlijk en regent flink. Het weer zorgt ervoor dat we niet veel foto’s kunnen maken en ook Stokksnes niet aandoen. Volgens de kaart komen er niet veel tankstations op het komende traject, dus besluiten we voor de zekerheid nu maar te tanken. Doordeweeks, een uur of half 11 en alles potdicht. Wat nu? Al snel blijkt dat we met de kaart kunnen betalen, de instructies staan zelfs in het engels vermeld. Toch gelukt en met een volle tank gaan we weer verder.
We zijn dan vervolgens vrij snel bij de Oxipas. Gezien het weer en de zogezegde steile stukken in de weg besluiten we geen onnodig risico te lopen en de ringweg te blijven volgen. Het is jammer van het slechte weer want de kustweg is ongetwijfeld erg mooi, de glimpsen die we ervan kunnen zien zijn dat nu al.
Omdat het toch aardig opschiet, kiezen we ondanks het weer toch voor de kustroute. De plaatsjes langs de route lijken leeg en uitgestorven. Zit iedereen op zee? De ruitenwisser moet de ene keer harder werken dan de andere, maar rust heeft ie niet. Zelfs via de omwegen zijn we om ongeveer 14 uur in Egilsstadir, de stad van het oosten en vlakbij onze overnachting. We besluiten wat boodschappen te halen zodat we morgen meer tijd hebben voor Myvatn en verder belsuiten we een rondje langs het meer te rijden. In dit meer zou ook een soort monster van Loch Ness zitten… wie weet…
Ook besluiten we een landelijke weg richting een jeugdherberg aan de kust te nemen. We rijden kilometers lang zonder een auto tegen te komen. Het landschap is in wolken gehuld en de rivier vertoont fraaie patronen. Het slechte weer heeft ook wel weer iets, we hebben immers al het geluk gehad het landschap in de zon te zien. We rijden terug uit dit verlaten landschap en gaan in Egilsstadir op zoek naar een warme hap. We eten voor de verandering heel gevarieerd een hamburger en gaan dan naar het guesthouse. Het blijkt een soort huis te zijn met fraai ingerichte kamers en zelfs een tv met wel 1,5 kanaal. Kunnen we kijken wat het weer brengt. Bah, regen… Nou, eerst zien, dan geloven…. We spelen nog een spelletje Yatzee, kijken wat tv en vallen met druppende dakgoten in slaap.
Ontzagwekkende krachten in een levend landschap
Als de wekker afgaat, horen we gespetter buiten. Ah bah, regen. Hmmmmm. Het ontbijt verloopt nogal vreemd. We zijn de enige in het guesthouse en daar waar het ontbijt geserveerd wordt is het euh…. vrij leeg… Nog maar even afwachten dan…. Na een half uur horen we nog steeds weinig activiteit… Als we al wat te drinken uit de koelkast willen pakken, blijkt dat hier het ontbijt klaar staat…. We kunnen aan een tafel een paar broodjes smeren en dat moet je op je kamer op eten. Alternatief, maar ach…
Als we op pad gaan lijkt het minder hard te regenen. De plassen en talloze watervalletjes verraden echter dat er veel regen is gevallen vannacht. De ringweg net buiten Egilsstadir verdwijnt zelfs in de mist. De wolken hangen laag, maar in het dal kunnen we nog wat zien. We stoppen even bij een kloof met een fraaie waterval en vervolgen onze weg de hoogvlakte over. Het eerste deel hult zich weer in de mist, maar al snel wordt het helderder en kunnen we het landschap zien. De rendieren die hier voor kunnen komen zien we niet, wel kleine wilde zwanen. De route wordt steeds mooier en grilliger. De kleuren varieren van pikzwart tot beige met een schakering aan groen van de schaarse mossen en grassen. Op sommige plekken groeit zelfs helemaal niks.
Het zijn allemaal tekenen van het vulkanisch gebied wat we nu weer naderen. We zien kraters, vulkanenrijen, lavabrokken, woestijnen, uitgestrekte zandvlaktes. Uiteindelijk vinden we de weg naar Dettifoss, en hup, het is weer rammelen geblazen op deze wasbordweg. Het omringende landschap is het best te omschrijven als een woestijn, wild, ruig en nauwelijks begroeiing. Na 28 km hobbelen treffen we de ex-auto van een collega-toerist nogal gekreukeld en op zijn dak in de berm aan. Oeps.
Dan bereiken we de parkeerplaats van Dettifoss en moeten een stukje bergafwaards. Onderweg heb je een prachtig uitzicht in de kloof waar het water van Dettifoss zijn weg vervolgd. In de verte zien we al wel water van Dettifoss opspatten, maar de waterval zelf nog niet. Dat belooft wat. Het pad is duidelijk aangegeven. Dan zien we de waterval opdoemen. Wauw. Dit is de krachtigste waterval van Europa en aan het gebulder te horen willen we dat wel geloven!!! Wat een ontzagwekkende kracht. De wandeling naar Selfoss laten we over voor een volgende vakantie want met dit mooie weer willen we graag de modderpotten van Namaskard zien. Het is namelijk inmiddels halfbewolkt geworden met prachtige wolkenluchten.
De vergezichten op weg van Dettifoss naar Krafla zijn groots, wijds en schitterend. We vragen ons af of we Myvatn eerst zullen ruiken of zien…. Daar komen we snel genoeg achter. We rijden door duidelijk zichtbare lavastromen in een vreemd maar o zo mooi landschap. De Krafla is natuurlijk bekend, evenals Maar Viti, het meer in de explosiekrater. Reden genoeg dus om te gaan kijken. In de verte zien we de rookpluimen van de krachtcentrale al opduiken en bergen met wel zeer aparte kleuren opdoemen. Die bergen zijn beige, roze, rood, gelig, bruinig, groen, je kan het eigenlijk zo gek niet bedenken. En je zou het niet geloven als je het niet met eigen ogen gezien hebben. Ja hoor, rotte eieren… Blergh, wat smerig, net als het water… We rijden inmiddels langs de krachtcentrale en de geur is bijna overweldigend te noemen. We zijn natuurlijk ook te laat om het ventilatiesysteem van de auto even op een andere stand te zettten, maar goed, we zijn er achter dat we het gebied rond Myvatn eerst ruiken. Eigenlijk geeft de lucht niet eens, het hoort erbij en doet je des te meer beseffen dat je door vulkanisch actief gebied rijdt. We bereiken het kratermeer. De krater heeft prachtige kleuren en het water lijkt erg helder en mooi blauw, We vragen ons af wat we doen als we plotseling wat zouden zien borrelen in het wateroppervlak. Gek zou het niet eens zijn…
We rijden terug naar Leirnjukur om te gaan kijken wat dit is. Het blijken sissende en pruttelende bronnen te zijn. Je wordt gewaarschuwd een zeer heet gebied te betreden. Het vloeibare spul aan de oppervlakte kookt en borrelt en het hele gebied voelt haast wat warmer aan. De kleuren zijn wederom haast onwerkelijk en het is een rare gewaarwording om de adem van de aarde te zien en te horen. Je kunt de bronnen duidelijk horen sissen, stomen en zelfs fluiten. We volgen een pad dwars door zwarte lavastromen. Overal komt damp uit de grond. De lava is pikzwart, oogt haast verschroeid en is op sommige plekken naast zwart ook paars en rood. Zo ruig, ongerept en woest als dit kun je je een landschap niet indenken. Het is of je op een andere planeet loopt. In het landschap in de verte kun je duidelijk herkennen tot waar de lavastromen zijn gekomen, het zijn net zwarte rivieren. De lava is scherp en wringt zich in allerlei bochten. Het pad voert omhoog over de lava, langs zwavelbronnen en dwars door de krater. Op het hoogste punt heb je een schitterend uitzicht over het gebied. Wow, het dwingt absoluut ontzag en respect af. Je gaat er haast heel voorzichtig door lopen om moeder aarde niet te storen en lava te doen uitbraken. Later realiseer je je pas echt hoe bijzonder het landschap is, zeker als je bedenkt dat in principe elk moment een uitbarsting kan plaats vinden. Overal waar je in dit landschap kijkt zie je kraters, explosievulkanen, spleeterupties en zelfs scheuren in de aardkorst. Je kunt de aarde haast voelen bewegen en horen brommen. Dit landschap vraagt natuurlijk aardig wat van de geheugenkaarten. Na een wandeling van ongeveer 1,5 uur zijn we weer bij de sissende poelen en de auto. Het weer is ronduit prachtig.
We rijden naar Namaskard waar we het grootste gebied met modderpotten en solfataren aantreffen. We treffen hier toch wel enkele toeristen aan. We lezen het informatiepaneel. De gassen, dampen en spattend water komen van 1000 meter diepte en kunnen zo’n 200 graden zijn. Oei. Toch kun je vlak langs de fumarolen en solfataren lopen. Verderop in het gebied hebben ze wel enkele paden uitgestippeld. Sommige solfataren zijn zowat een meter in doorsnede en maken duidelijk fluitende en sissende geluiden. Het blijft een rare, maar unieke gewaarwording. In een poel zijn we dunne modder toch zo’n 50 cm opspatten. De kleur is het beste te omschrijven als grijsblauw of staalblauw en geeft een mooi contrast met het beige, roze en rood van de bergen en de grond erom heen. Ook dit is weer een ervaring om nooit te vergeten.
Na een wending in de ringweg zien we Myvatn liggen. De zon doet het meer blinken. We kiezen de noordelijke route langs de pseudokraters. Ze zijn goed te herkennen als heuvels met een deuk in het midden. Het gebied staat bol van allerlei vogels, het meer en de omgeving zijn prachtig. We rijden langs het guesthouse naar Laugar om wat te gaan eten. Laugar blijkt daar geen mogelijkheden toe te hebben dus besluiten we terug te rijden naar Reykjalid. Hier zou een grill zitten waar we de inmiddels bekende hamburgers kunnen krijgen. Dit restaurant blijkt niet meer te bestaan, maar vinden een alternatief: kant-en-klaar-lasagne. Niet geweldig, maar toch een warme hap.
De terugweg volgen we via de zuidelijke route langs het meer. Inmiddels staat de zon al wat laag, maar dat maakt de kleuren nog mooier, warmer en intenser. We zien Hverfall, een oude explosiekrater. De kleuren zijn goudgeel en ook op de bergen van Namaskard schijnt de zon. In het guesthouse treffen we collega-toeristen aan die we eerder deze reis ook tegenkwamen. Hetzelde rondje??? We wisselen ervaringen uit en gaan dan weer ieder onze eigen weg. Dan wordt het tijd de ervaringen van vandaag op te schrijven en de route voor morgen te bepalen. We hebben vandaag ondanks het sombere begin een werkelijk schitterende dag gehad en zijn benieuwd naar wat we morgen allemaal weer zullen zien. In ieder geval zullen we in dit guesthouse een beter ontbijt kunnen verwachten.
De hoofdstad van het noorden
Het ontbijt is buitengewoon goed verzorgd. Dit guesthouse is absoluut een aanrader, we hebben gisteravond zelfs een mailtje naar thuis kunnen sturen. Zo, brood op, alles weer inladen en nog voor 9 uur weer op pad. Het begint vandaag stralend, hopelijk blijft het zo. Omdat onze route vandaag niet zo lang is, rijden we via Husavik om het vertrekpunt van een walvissafari te bekijken. Het is een leuke vissersplaats en we proberen wat boodschappen te doen. De supermarkt kunnen we niet zo snel vinden, dan maar wat te drinken halen bij het benzinestation. Ook de walvissafari mag zonder ons vertrekken, de zee oogt ondanks het mooie weer toch vrij beweeglijk.
We rijden terug richting de ringweg en maken een ommetje naar de Godafoss, de waterval die zijn naam een afgodsbeeldjes heeft te danken. Dit is een onverwacht mooie en krachtige waterval. Op de foto’s oogde de waterval niet zo groot, maar blijkbaar kun je in IJsland alles alleen maar in het groot zien. Net als iedereen maken we natuurlijk weer een stel foto’s en genieten nog even na met een slok limonade.
Dan vervolgen we de weg naar Akureyri, eens zien wat er te doen is in de hoofdstad van het noorden. De bergen vertonen nog enkele sporen van sneeuw. Dan rijden we langs een brede fjord en na een wending van de weg zien we ook Akureyri liggen. Stad? Naar Nederlandse maatstaven lijkt het meer een dorp, maar de ligging is op zijn minst fraai te noemen. Achter Akureyri doemen hoge en steile bergen op. Het weer is nog altijd fraai.
Via de toeristeninformatie en de plattegrond vinden we de botanische tuin. Dit is de meest noordelijke botanische tuin ter wereld, dus die moeten we gezien hebben. De tuin is charmant en lief klein en we verbazen ons aan de grote verscheidenheid aan planten die er toch nog voor lijken te komen op IJsland. Na de tuin gaan we nog even op souvenirtjesjacht in het centrum. Het winkelcentrum van Akureyri is niet zo groot en na wat inkopen en een lekker broodje van de bakker laten we de hoofdstad van het noorden achter ons.
Nadat het net even bewolkt was en een paar druppels regende, is het nu weer behoorlijk zonnig. Gezien de tijd en de route besluiten we een stuk langs de kust te rijden. Hier en daar regent het een beetje, maar het zicht is verder wel goed. Het heeft ook wel weer wat de buien in de verte te kunnen zien langstrekken. De kust is mooi en geheel onverwacht rijden we een tunnel door. Een rare tunnel, dat wel. Er zou een stoplicht staan, maar die lijkt niet te werken. De tunnel is 1 auto breed. Oeps, tegenligger! Er blijken vluchthaventjes te zijn, dus wordt het een soort haasje-over. De vluchthaventjes zijn anders verlicht dus goed herkenbaar. Vreemd, maar het werkt wel. Net na 16 uur zijn we toch nog vrij vroeg in Varmahlid. We besluiten de sleutel vast te halen en terug te rijden naar Glaumbaer, een oude turfboerderij. Wat een raar en koud leven moeten ze toen gehad hebben.
De buien wisselen elkaar af, maar het is niet egaal grijs, kortom de grillen van het IJslandse weer, maar wel fraai. Via een bekende hamburgermaaltijd gaan we terug naar de kamer waar we de route voor morgen gaan uitstippelen en nalezen wat er zoal te beleven valt. Er staat weer heel wat op het programma. We zijn zeer benieuwd naar de geiser. We slapen in het Geysir Hotel, in het Geysir gebied, dus vlakbij. Kunnen we ‘s avonds bij ondergaande zon ook nog even kijken….
Een dag van uitbarstingen en vergezichten
Als we opstaan is het raam beslagen, het is kennelijk toch fris ‘s nachts. Als we de gordijnen opendoen zien we een bewolkte lucht. Hmm, wordt het toch niet zo geweldig vandaag, jammer, maar een geiser zie je met minder mooi weer ook wel. De dag begint met 7 graden vandaag, lekker fris. We hebben beiden een andere mening over het te verwachten weer dus sluiten we een weddenschap om een zakje chips af dat het mooi wordt vandaag. Nu maar afwachten. Na het ontbijt is het inladen en gauw lekker op weg naar weer heel veel mooie dingen. Nog voor 9 uur zijn we op pad.
Het is dus nog vrijwel bewolkt en als we nog maar een klein stukje op weg zijn begint het te spatteren en trekt het helemaal dicht. Dat gaat chips kosten… Oei. Onderweg zien we overal de IJslandse paardjes. Het zijn leuke kleine beestjes, net als de schaapjes. Die zijn leuk, met horentjes en een lange draderige vacht. Echt nieuwsgierig zijn ze niet, ze houden liever een beetje afstand. En terecht natuurlijk.
De weg voert langs rivierdelta’s, zee en bergruggen. Tot Blonduos is het zo nu en dan best donker weer, maar naarmate we verder van dit dorp rijden, klaart het steeds meer op en begint de zon zelfs al te schijnen. De weddenschap kantelt, maar dat is niet erg natuurlijk. De kleuren van het land zijn schitterend. De vergezichten eveneens. Je weet gedurig niet waar je het eerste en het laatste naar mag kijken. Wat een fantastisch land. In de verte zien we weer bergen en gletsjers. Ook de besneeuwde toppen van het noordwesten van IJsland pronken in de verte. De weg is mooi en slingert door het landschap. De bomen, nou ja, dwergberken, zijn al in herfsttooi. Hierdoor neemt de kleurschakering alleen maar meer vormen aan. We nemen de weg naar Hraunfossar en Barnafoss en hopelijk kunnen we de lavatunnels bekijken.
Maar voor we hier zijn komen we langs Daldartunguhver. Dit blijkt de grootste hotspring ter wereld te zijn. Eigenlijk kun je meer van een serie bronnen spreken, maar het is wel bijzonder. De stoom is zelfs warm en het water kookt. Deze bronnen leveren maar liefst 62 megawatt aan energie waarbij 180 liter per seconde opborrelt en spettert. Hoewel je weet dat IJsland nog actief is, blijft het een bijzondere gewaarwording. Overal in de omgeving zie je stoompluimpjes. Het water is de rivier dampt en stoomt. Met de zon die erop schijnt is het een maf gezicht.
Na rustig alles te hebben opgeslagen in ons geheugen, rijden we verder naar Hraunfossar. Wat een maffe waterval is dat! Het water komt tevoorschijn halverwege de laag lava. Ook deze waterval is grootser dan gedacht, maar ook weer zeer de moeite waard. De boompjes in de omgeving zijn mooi geel en oranje. Op loopafstand ligt de Barnafoss. Hier zouden ooit twee kinderen in zijn gevallen en er heeft ooit een boog over de waterval gestaan. Die is ingestord, maar in het kolkende water kun je weer een nieuwe boog zien ontstaan. Hier wordt het water met flinke kracht onderdoor geperst.
Alles gezien en bekeken, dus vervolgen we onze weg en proberen de lavatunnels te bekijken. We komen langs de Kaldidalur-route. Wauw, die moet vast heeel mooi zijn…. Die is de volgende keer aan de beurt. Dan komen we bij een splitsing. Volgens de kaart is het geen F-weg naar de lavatunnels, maar de borden lijken anders aan te duiden. Ook de weg doet ons besluiten om te rijden en geen onnodig risico op flink wat schade aan de onderkant te lopen.
We zoeken weg 52 richting Geysir op. Het blijkt een hobbelweg vol gaten, haast een hooglandweg. De weg is meer dan mooi en na een flink stuk hobbelen komen we bij een uitzichtspunt. Op dit punt staat een soort RVS bergwijzer. Door in het verlengde van de naald naar een bergtop te kijken, kun je op de wijzer de naam en hoogte van de berg aflezen. De schildvulkaan Skjaldbreidur is duidelijk te herkennen in het landschap. Wel bijzonder. Het weer draagt ook bij aan een extra mooie beleving van de weg, want het is stralend mooi weer. Het landschap wordt mooier en mooier. De bergen zijn ruig en groen met een duidelijke lavastroom ertussen. Plots hangen we wel erg naar voren in de auto, want een afdaling met 20 % is best even pittig, maar wel erg leuk!
Na een paar bochten waarbij vele auto’s op kleine parkeerplaatsen staan en mensen bessen lijken te plukken komen we in het Pingvellir nationaal park. Het weer en de lucht zijn zo helder dat we in de verte de Hekla kunnen zien en waarschijnlijkook Myrdalsjokull. Dat is volgens de kaart toch zo’n 75 kilometer weg!!! We naderen Geysir en dan begint ons hart toch wel iets sneller te kloppen want we zijn bijna bij Strokkur. Laugarvatn lijkt een aardig plaatsje, maar we rijden toch even door, want met dit mooie weer willen we graag Strokkur en Gullfoss nog zien.
In de verte zien we een witte pluim die even plots verdwijnt als verschijnt. Dat moet Strokkur geweest zijn, of toch niet? Je hebt ook geen idee wat je kunt verwachten, maar in dit open landschap zou je het niet eens zo gek zijn. De plek zelf is nogal toeristisch, zoveel hebben we er nog niet bij elkaar gezien.We parkeren voor Geysir hotel. Hier gaan we ook slapen, ziet er aardig uit!! Maar eerst gaan we Strokkur bekijken.
Er heeft zich een groep mensen rond de plek verzameld. Gauw de camera in de aanslag. Dom eigenlijk, want Strokkur barst zo regelmatig uit dat je eerst eens rustig kunt kijken… Maar goed… De goede foto moet toch te doen zijn, al blijft het timen. Het water in de geiser is kraakhelder, blauwig en eigenlijk constant in beweging. Het water lijkt op te bollen….. komt ie??… en zakt net zo hard weer omlaag….geen actie… Enigszins gespannen wachten we af. Dan bolt het water steeds verder en….klikklikklik!!!! Wow, dit is echt supergaaf. Er volgt gelijk een tweede uitbarsting. Het water spuit hoog de lucht in. Hier kun je eindeloos naar kijken. Die kleur, die kracht, die gasbellen….
Na nog een serie foto’s met de perfecte split-second-foto kijken we nog verder rond naar de andere poelen en pruttelende watermassa’s in de omgeving. Helaas vertoont Geysir zelf geen tekenen van leven. We proberen in te checken in het Geysir hotel, maar ze lijken niet te weten dat wij op de stoep zouden staan. Er wordt wat gebeld en al snel hebben we toch een sleutel. Vreemd, maar ja, we kunnen slapen. De kamer is klein en de deur klemt verschrikkelijk, maar ja.
Gauw gaan we nog voor het eten naar Gullfoss nu het weer en het licht nog zo mooi zijn. Het landschap is wijds en we zien een enorme gletsjer. Dat is dan vast Langjokull, na Vatnajokull de grootste gletsjer. Dan vinden we Gullfoss. Als we uitstappen waaien we haast uit ons hemd en horen we het gebulder van de water val. Maar we zien hem nog niet. We lopen naar een uitzichtspunt en zien dan Gullfoss. Allemachtig, wat een waterval…. Het water valt in twee stappen naar beneden met donderend geweld. We worden nat van het opstuivende water als we naar het plateau tussen de twee stappen lopen. Foto’s maken valt niet mee met deze wind en nattigheid, de lens is binnen de kortste keren kletsnat. Vanaf het plateau heb je het gevoel middenin de waterval te staan. Ondanks het touw blijft het goed uitkijken dat je niet uitglijdt. Wat een geweld, je oren tuteren ervan. Door de luchtdruk gaan je oren zelfs dichtzitten. Na ons vergaapt te hebben aan Gullfoss en de omgeving wordt het tijd terug te gaan een wat te eten te zoeken.
Bij Strokkur zit een cafeteria, dichtbij het hotel. Na het eten en een gigantisch softijsje gaan we toch nog weer een keertje bij Strokkur kijken, we zijn immers zo dichtbij… Het avondlicht geeft een aparte sfeer en er is verder niemand, we hebben Strokkur voor ons alleen… De bewegingen van het water blijven fascinerend, net als de uitbarsting. Het zou geen straf zijn als we hier op het bankje zouden worden vastgeplakt. Het begint een beetje fris te worden en dan moeten we Strokkur toch even achter ons laten, misschien kunnen we morgen voor we weg gaan nog even een laatste keertje kijken, het hotel zit tenslotte op loopafstand….
Van Geysir naar Reykjavik
Het ontbijt is wat luidruchtig, maar op zich goed. En het weegt natuurlijk niet op tegen het uitzicht, regelmatig zien we Strokkur goed zijn best doen en zo met de ochtendzon is het weer een andere sfeer. Het heeft vannacht toch behoorlijk geregend, maar als we de koffers weer in de auto hebben geladen en we nog een laatste keer naar Strokkur gaan, is het toch aardig weer. Wat blijft het toch een schitterend gezicht die geiser. We krijgen een prachtig afscheid met 3 uitbarstingen achter elkaar.
Vandaag gaan naar Reykjavik en aangezien dat rechtstreeks ongeveer 60 kilometer is hebben we ruim voldoende tijd om alle mooie plekken in de omgeving te bezoeken. Dan rijden we naar de Faxiwaterval. Niet zo indrukwekkend als de andere, maar zeker de moeite waard om te zien. Er zijn zelfs enkele vliegvissers. Ook zien we hier nog een Rettir voor de schapen, maar op dit moment niet in gebruik.
We rijden vervolgens via boerenweggetjes terug naar Laugarvatn op weg naar Pingvellir. Onderweg komen we langs Laugavatnshellir. Dit zijn twee grotten die ooit door mensen bewoond zijn geweest en als schapenhok zijn gebruikt. Het is een heel apart iets. Het “gesteente” is erg zacht en overal staan namen in gekrast. De kleurcontrasten zijn ook hier weer erg groot. De rotsen zijn gitzwart en het landschap haast lichtgevend groen. Heel maf. Ook hier zijn we weer helemaal alleen. We eten even een koekje en gaan dan naar Pingvellir.
De omgeving zit vol scheuren, breuklijnen en lavabrokken en ook hier zijn de herfstkleuren al duidelijk zichtbaar, de winter is in aantocht. We vinden de afslag naar Allmannagja. Allmannagja is een kloof op een breuklijn waar vroeger wel recht werd gesproken, je stond immers mooi beschut tussen de rotswanden. Het hele gebied ligt overigens precies op de breuklijn van de twee continentale platen. Dit is de enige plek waar deze breuklijn aan de oppervlakte komt. Elk jaar wordt IJsland hier door de bewegingen van de aardkorst een beetje groter en uit elkaar getrokken. Een wandeling door deze kloof is dan ook een vreemde gewaarwording. De wanden zijn indrukwekkend envanaf uitzichtspunten heb je een mooi overzicht over het gebied. Overal zie je dit soort breuklijnen en scheuren. Als we thuis zijn toch maar eens de geologieboeken induiken. We passeren een waterval waar naar zeggen velen zijn geexecuteerd. Vrouwen werden in de waterval verdronken, mannen onthoofd of op de brandstapel gegooid. Fijne geschiedenis…
De dag is alweer half om als we een broodje smeren. De tijd gaat jammer genoeg zo snel hier en je zou graag met opzet het vliegtuig willen missen om nog wat langer te kunnen blijven. Helaas betekent dit natuurlijk wel weer een extra belasting van je portemonnee. En we komen zeker terug, dat staat vast. Het weer is weliswaar niet geweldig, maar het is wel droog.
Bij Kerid gaan we natuurlijk ook even kijken. Deze explosiekrater is 6500 jaar oud. De wanden zijn groen met knalrode lava. Op 55 meter diepte ligt een blauwgroen meer. Het schijnt dat als in dit meer het water stijgt, het waterniveau in een ander meer in de omgeving daalt en andersom. Toch vreemd. De vulkaan ligt op een kraterrij die ook duidelijk zichtbaar is.
Omdat we nu toch zo dichtbij zijn, besluiten we een stuk het dal van de grootste rivier van IJsland in te rijden. Het dal is vrij breed en naeen stukje rijden zien we dan eindelijk Pjorsa, de langse rivier. Je zou prachtig uitzicht op Hekla moeten hebben, die op een bepaald moment op nog geen 5 kilometer afstand ligt. Helaas is het weer hier vrij slecht en kunnen we alleen nog de voet van de vulkaan zien, de top is in wolken gehuld. Jammer, dat wel. We draaien om en zoeken de ringweg richting Selfoss op. In Selfoss kopen we nog wat limonade. Pas later realiseren we ons dat het zondag is. Kennelijk doen ze hier niet zo moeilijk over de openingstijden op zondag.
Dan gaan we op zoek naar de lavatunnel die we de eerste dag gezien de tijd niet konden bezoeken. Het regent inmiddels af en toe en de lucht is behoorlijk grijs. De tunnel staat goed aangegeven en we gaan natuurlijk even kijken. We wagen ons een weg naar beneden. Dat lukt, maar straks nog weer naar boven. We lopen naar de ingang van de tunnel. Wat een luguber gapend gat zeg. WE wagen het toch maar niet naar beneden te klauteren. Het is erg steil en nat en we hebben liever deze laatste dag geen brokken. Ook hebben we geen goede zaklamp, dus ook al zouden we in het daglicht beneden kunnen komen, kon het verderop in de tunnel wel eens erg lastig worden zonder licht. Het is inmiddels een uur of 4 in de middag en zo langzaam aan moeten we richting Reyjavik.
De weg naar boven is een stuk lastiger, maar we bereiken de weg richting Reyjavik. Het is plotseling tweebaans en er rijden veel auto’s. Na de rust die we de hele week hebben gehad is het haast een cultuurschok. En hoewel we toch enigszins nieuwsgierig zijn naar Reykjavik, zouden we het liefst rechtsomkeerd maken. Omdat het inmiddels is gaan regenen besluiten we niet uitgebreid door de stad te slenteren, maar nog even bij Blue Lagoon te gaan kijken. Deze plek moet je als toerist eigenlijk wel gezien hebben. We rijden dwars door Groot-Reykjavik. Het voelt groot en onoverzichtelijk. Ongetwijfeld leuk voor een stedentrip maar naar ons gevoel past het niet zo goed bij al het natuurschoon en de rust.
Blue Lagoon weten we nu goed te vinden. Het landschap waar we de eerste dag met mooi weer dorreden is nu grijs en grauw, wat een verschil maakt een beetje zon dan toch. Maar dit donkere weer heeft ook zo weer zijn charme. Het voelt niet zo zeer somber of dreigend aan, maar doet je wel beseffen dat je als mensje weinig kunt beginnen tegen de elementen. De weg richting Blue Lagoon voegt zich naar het landschap. Je rijdt tussen wanden van lavabrokken. De parkeerplaats is ook meer een uitsparing in het terrein en is gemarkeerd met lavabrokken, verder geen beplanting. Blue Lagoon zelf zie je niet eens liggen. Via een zeer fraai toegangspad kom je bij het gebouw. Het is hier erg druk, zeker door het slechte weer ofzo. De lagoons zijn inderdaad van het fraaie blauwe water van de afbeeldingen en het dampt. Binnen is natuurlijk een souvenirwinkeltje en een restaurant.
Dan wordt het tijd om naar Reykjavik te gaan en op tijd de sleutel voor onze laatste kamer te halen. Dankzij de meegeleverde kaart van Hertz vinden we meteen de goede weg ondanks het grote-stad-zijn. We slapen echt in hartje centrum, in het verlengde van de bekende winkelstraat. Bij mooi weer is het ongetwijfeld een leuke stad, maar in de stromende regen ga je geen lange wandelingen maken. Nou ja, een mooi excuus voor een stedentrip. We halen de sleutel op en gaan dan op zoek naar een hapje eten, dat zal vast goedkomen in een grote stad. We vinden een leuke echte Italiaanse pizzeria met twee verdiepingen en eten hier een werkelijk heerlijke pizza. We toosten op een fantastische vakantie en besluiten dan dat we zeker weer terug komen naar IJsland. We lopen terug naar ons guesthouse via het bekende beeld aan de haven. Het is inmiddels aardig donker dus een foto lukt niet zo goed meer, maar dat is niet erg. Dan gaan we terug om alles uit de auto weer in de koffers te stoppen. Dan is het tijd om de wekker te zetten op 04.00 uur want morgen moeten we om 8 uur weer in het vliegtuig naar huis. Snik.
Het afscheid
Om 04.00 uur gaat de wekker af. Gatsie, nu moeten we echt naar het vliegveld en dit o zo mooie land achter ons laten. Snik snik. We tanken nog een laatste beetje zodat de tank helemaal vol zit, leveren de auto in en gaan inchecken. Dit laatste verloopt wat chaotisch. Het is een klein vliegveld, maar kennelijk laten ze alle vluchten rond dezelfde tijd vertrekken. Iedereen staat dan ook in een lange rij, maar we zijn toch op tijd. We verbrassen nog gauw de laatste Kronur en moeten dan naar de gate. Het vliegtuig vertrekt op tijd en door de harde wind die er staat is het opstijgen iets hobbeliger. Al snel verdwijnt het landschap achter de wolken, maar kunnen we nog net wat glimpsen opvangen van de Pjorsa en zien we nog wat kustlijn en de wegen waar we de afgelopen dagen hebben gereden. Dan moeten we echt afscheid nemen van een weergaloos mooi land. Een ding weten we zeker: we zullen vreselijk veel heimwee hebben naar dit land en wanneer het kan weer terugkomen.

Wat een prachtig verhaal. Ik word bijna jaloers als ik over al deze mooie plekken lees. Waar komen al deze informatieve gegevens vandaan. Uit een reisboek o.i.d.? Ik zou graag de route op een kaart willen zien. Met welke auto is deze route gereden? Wat meer informartie zou ik zeer op prijs stellen. Wanneer heeft de reis plaats gevonden?
Niet alleen een enorm verhaal, maar ook prachtige foto’s! Hier is niet een gewone amateur aan het werk… Desalniettemin; zonder een fantastische setting geen juweeltjes van foto’s. Dank voor jullie uitgebreide bijdrage, wij zetten IJsland nu ook op het verlanglijstje ;-D.
In juli 2011 kozen wij voor de 15-daagse rondreis ‘Bryndis’ (verblijf in vakantiewoningen). Ijsland is een absolute aanrader voor wie houdt van schitterende natuur, eindeloze wandelingen en vooral geen toeristische drukte! In 1999 deden we het onder ons tweetjes, nu waren onze dochters van 9 en 10 erbij! Het was één groot avontuur, voor ieder van ons. Het weer was schitterend, de vakantiewoningen waren enorm verzorgd en waren gelegen o.a. aan een meer, een fjord en in eenzaam binnenland, maar wij genoten voor 200%. 16 dagen lang, we boekten een extra dag in Reykjavik, genoten we van de fantastische omgeving. 24/24u zonlicht! Watervallen, vulkanen, natuurparken, oneindige kuststrook, prachtige schiereilanden, warme bronnen, het binnenland: het kan niet op! Zelfs de gletsjerbreuk van de Katla maakten we mee, maar alles was prima georganiseerd zodat we zonder problemen onze weg konden verderzetten. En wat het dagelijkse leven betreft, dit is absoluut niet zo duur als gedacht wordt, soms goedkopen dan in België/Nederland. De enige vereisten om naar Ijsland te gaan: goeie wandelschoenen, kledij voor alle weer en wind, zwemgerief, een fototoestel met enorm geheugen en een auto (4×4 hoeft niet) om het land te verkennen. En laat het avontuur maar beginnen! Een absolute aanrader!!!